Tagarchief: Floriade

Waardecreatie: wie profiteert?

Waardecreatie: voorbeelden in wijken


‘Yuppenparadijs: hip en hoogopgeleid neemt Amsterdam over’

Zo luidde Het Parool de alarmbel op 15 februari 2015.  Uit het artikel komen de volgende stukken tekst:

waardecreatie
van der Pekbuurt Amsterdam-Noord

De Van der Pekbuurt is één van die frontlinies van de zogenoemde gentrificatie, het proces van opwaardering dat zich vanaf de jaren zeventig vanuit de ooit verloederde Jordaan verspreidt over heel Amsterdam. Oude, sleetse buurten worden herontdekt, opgeknapt en ingenomen door nieuwe bewoners.

Hoogleraar sociologie Jan Rath van de Universiteit van Amsterdam: ‘Het gaat in veel opzichten ontzettend goed met Amsterdam. Het is een populaire stad met veel bedrijvigheid. Daardoor is de druk op de stad gigantisch.’

Die voorspoed is natuurlijk een goede zaak, benadrukt Rath, maar het succes heeft een keerzijde. ‘Het gemeentebestuur en de woningcorporaties zijn erop gericht de ‘betere’ mensen in de stad te faciliteren: de bewoners met een hogere opleiding, een hoger inkomen, een hogere WOZ-waarde en een smaak die overeenkomt met de smaak van de beslissers. Het is een ontwikkeling waar de mensen die niet hip, cool en hoogopgeleid zijn niet of nauwelijks van profiteren.’

Die laatste groep komt in toenemende mate in de knel, waarschuwt Rath, want ‘…. een stad heeft ook rafelwijken nodig. Wijken met een goedkope supermarkt en een goedkope drogist in plaats van alweer een taartenarchitect en een mineraalwaterspecialist.’

De keuze om de creatieve klasse ruim baan te geven, leidt volgens de socioloog ironisch genoeg op termijn tot een stad waar steeds minder ruimte is voor creativiteit. ‘Veel creatieven zijn vooral ambachtelijk bezig.

Zij huren een pand dat als gevolg van hun activiteiten enorm in waarde zal vermeerderen. Niet zij profiteren daarvan, maar de eigenaren van de panden.

waardecreatie
protest in Londen tegen yuppies

De hipsters effenen het pad voor de miljonairs. Want die eigenaren zullen niet nalaten de huren te laten meegroeien met de populariteit van de buurt. Die wordt op den duur juist minder toegankelijk, ook voor de nieuwe creatievelingen.’

Het gevolg van die ontwikkeling is dat de succeslozen, zoals Rath ze omschrijft, langzaam maar zeker uit de stad worden verdreven. ‘Het is een beladen term geworden, maar de bestuurders bedrijven wel degelijk bevolkingspolitiek in de stad. Het heet officieel een zoektocht naar de juiste sociale mix in de wijk, maar het komt er per saldo vooral op neer dat het aantal woningen voor de mensen met de laagste inkomens steeds verder wordt verkleind. Die mensen worden in de komende jaren steeds verder in de richting van de uitgang gedreven, naar een goedkope woning in Purmerend of Almere.’

LEES het hele artikel in Het Parool.

Nu we het toch over Almere hebben


Hieronder een voorbeeld van een wijk waar de kwaliteit van de architectuur vanaf het begin creatieven heeft aangetrokken. Kan in Amsterdam waardecreatie in wijken leiden tot meer ongelijkheid, in de Filmwijk in Almere ligt dat toch wat anders.

waardecreatie_Filmwijk_Bouwrai
BouwRai Filmwijk trekt veel bezoekers in 1992

De Filmwijk

In 1992 werd de Filmwijk geopend, een zogenaamde BouwRai-wijk. Het was een ontdekkingsreis naar toekomstige woningbouw. Architecten zochten naar flexibiliteit en de mogelijkheid om hun ontwerpen te laten meegroeien met toekomstige maatschappelijke veranderingen. Dit was terug te zien in de indeling van de woningen. De Filmwijk kreeg internationale aandacht vooral van bezoekers uit Japan.

De wijk is gebouwd door architecten van naam, zoals Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Liesbeth van der Pol, Frits van Dongen, Sjoerd Soeters, Mecanoo en Benthem & Crouwel.

De foto hierboven doet erg gedateerd aan. Het lijken wel de jaren vijftig, maar de foto is genomen bij de opening van de BouwRai wijk in het voorjaar van 1992.

In de Filmwijk wonen veel creatieve mensen. Wie weet is er een relatie met de grensverleggende architectuur van die tijd. Voer voor architectuurpsychologen, tenminste als die bestaan.

Een bewoner schrijft vele jaren later over de zomer van 1992 het volgende:

Trots als we waren op ons nieuwe huis in de Filmwijk organiseerden mijn vrouw en ik in de zinderende nazomer van 1992 een groot feest. Een parade van creatieve én podiumkunsten. Passend bij al die unieke, fleurige en originele huizen van de BouwRai in dat jaar. Alle bewoners van ons huizenblok en vrienden en familie uit heel Nederland werden uitgenodigd. Het werd een feest dat tot in de nachtelijke uurtjes duurde.

waardecreatie

Creatieve ‘doe het zelvers’

Bewoners van de Filmwijk zijn creatieve doe het zelvers op het gebied van kunst en cultuur. Er wordt heel wat afgeschilderd, niet alleen de huizen maar ook op schildersdoek, muziek gespeeld, geschreven en gezongen.

Sinds het begin van de wijk bestaat de Filmwijkkrant. Al 23 jaar schrijft een wisselend team van schrijvers/journalisten de krant die vier keer per jaar huis-aan-huis wordt verspreid in de Filmwijk. De schrijvers en de bezorgers zijn vrijwilligers uit de wijk. De krant heeft een professionele uiterlijk en staat vol met verhalen, nieuws, foto’s en vaste rubrieken. Een actueel thema is de ontwikkeling van de Floriade.

waardecreatie_wild_projects
Herman Brusselmans

Een andere activiteit is het jaarlijks terugkerende Schrijversfestival. In november 2015 komen Redmond O’Hanlon, Nelleke Noordervliet, Ronald Giphart, Jan Terlouw, Wim Daniëls, Bert en Hannah Wagendorp en Artur Japin naar de Filmwijk. De schrijvers nemen plaats aan de keukentafel in evenzoveel woningen. Informatie over deze editie van het festival is terug te vinden op www.schrijversblock.nl.

Herman Brusselmans slaakte een diepe zucht nadat de derde sessie van het Schrijversblock, in een woning aan de Hollywoodlaan, er op zat.

“Pfff, dat is hard werken. Je verzorgt in feite in één keer drie optredens. Ik ben doodmoe. Maar dit is wel leuk om te doen”,

aldus de Gentenaar, die even daarvoor ruim een uur uit eigen werk had voorgedragen en vragen van belangstellenden beantwoord.

Wie profiteert van waardecreatie?


De architectuur in de Filmwijk was bedoeld om te experimenteren met andere typen woningen. Dit bleek een grote aantrekkingskracht te hebben op mensen met creatieve beroepen die soms tot hun eigen verbazing een huis kochten in Almere. De kwaliteit van de architectuur trekt blijkbaar creatieve mensen aan.

Zo lang de actieve bewoners ook eigenaar zijn van hun woning levert waardecreatie vooral voordeel voor henzelf op. Nadeel is dat nieuwkomers een (te) hoge prijs moeten betalen.

Maar je ziet ook het omgekeerde gebeuren. Een wijk die het niet zo goed doet, kan door de komst van creatieven opbloeien. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat het beter gaat met een wijk als er creatieven (gaan) wonen. Want zij nemen vaak initiatieven om hun buurt aantrekkelijker te maken. Door iets leuks op straat te doen, gaan mensen met elkaar communiceren en dit kan dan de aanleiding zijn voor anderen om ook iets te doen.

De inspanningen van creatieven zie je ook terug in de bestaande wijken van onze grote steden. Wijken gaan bloeien door de grote instroom van jonge bewoners, de creatieven en stadmakers die allerlei initiatieven nemen, sociale ondernemingen starten en publieke ontmoetingsruimtes creëren. Na een tijdje wordt zo’n wijk hip en neemt de interesse van de vastgoedsector toe. De prijzen van huren en woningen stijgen.  Maar dit proces van gentrificatie is vooral in het voordeel van banken, gemeente en vastgoedsector. (1)

waardecreatie_stadmakers

Gecreëerde waarde verdwijnt in de verkeerde zakken

Creatieven en stadmakers creëren  waarde in buurten van steden. Dit levert mooie projecten op, contacten, leefbaarheid, experimenten, je leert organiseren, etc. Maar de energie die zij in buurten steken, kan ook nadelig uitpakken. Omdat een buurt leefbaarder en aantrekkelijker is geworden, stijgen de huren en de prijzen van woningen. De maatschappelijke waarde die zij met hun initiatieven hebben gecreëerd, verdwijnt in de zakken van banken en de verhuurders en verkopers van woningen. Ook de gemeente profiteert want ontvangt een hogere WOZ-waarde.

De creëerde waarde wordt in feite niet eerlijk verdeeld. Zijn de mensen die het meeste energie en waarde hebben gestopt in een wijk uiteindelijk de verliezers? Of geeft het voldoening dat ze in ieder geval een leuke tijd hebben gehad? Je bent een verliezer als na verloop van tijd de huurprijs te hoog wordt voor je inkomen.

Dit is geen oproep aan de stadmakers om dan maar te stoppen met het nemen van initiatieven. Wel wordt het tijd om na te denken over wie nou eigenlijk zou moeten profiteren van de maatschappelijke waardecreatie. En vooral hoe we dat kunnen doen.


(1) er is een groot tekort aan studentenwoningen en huurwoningen met een prijs tussen de 600 en 1000 euro. Deskundigen spreken over een nieuwe woningnood in Amsterdam. Elke maand komen er 1000 nieuwe bewoners bij. Omdat er te weinig woningen zijn gebouwd is sprake van groeiende concurrentie op de woningmarkt. Hierdoor stijgen de huurprijzen snel (dit is ook een gevolg van het regeringsbeleid). Mensen met lage inkomens kunnen de hogere huren niet betalen en worden als het ware verbannen naar wijken buiten de ring. Het aantal te bouwen woningen wordt geschat op 240.000.

Share

Filmwijkers en Lumièrepark?

Wat willen Filmwijkers wel en wat niet met het Lumièrepark? 

Het Lumièrepark is een groene zone tussen de huizen in de Filmwijk en het Weerwater. In de afgelopen twintig jaar zijn er plannen gemaakt om er een levendig stadspark van te maken. Het college van B&W van Almere heeft in 2001 de ruimtelijke visie Lumièrepark, Cultuurpark vastgesteld. Dit plan is nooit uitgevoerd. Maar er waren ook bewoners tegen plannen om het park meer inhoud te geven. Zo hebben bewoners in de jaren negentig de plaatsing van De Paviljoens in het Lumièrepark tegen gehouden. Maar ook andere initiatieven zijn door bewoners geblokkeerd. Zoals het gebouw van het architectuurcentrum Casla met een horeca-functie. De Prijsvraag Rondje Weerwater heeft ruim tien jaar later weer nieuwe ideeën opgeleverd. Hieronder staan de meest opvallende plannen voor het park van ‘toen en nu’.

Lumièrepark Cultuurpark: het plan van de gemeente in 2001

In 2001 stelt het college van B&W het plan vast om het Lumièrepark cultureel te ontwikkelen. Met een kunstpaviljoen, een bijzonder horeca paviljoen en een architectuurcentrum. Verder wilde de gemeente in het park een aantal beelden plaatsen.

Volgens het plan zouden in het kunstpaviljoen werken uit de kunstcollectie van Almere worden geëxposeerd. Om kunst in de geest en het elan van de nieuwe polderstad te tonen. In en rond het gebouwtje konden culturele activiteiten worden georganiseerd.

In een drijvend architectuurcentrum zou het CASLa, het architectuurcentrum moeten komen. Het ontwerp Floating Media van twee Franse architecten had de prijsvraag Casa CASLa gewonnen. Het drijvende CASLa-paviljoen zou door een steiger met het Lumièrepark worden verbonden.

Verder was er nog voorzien in een horecapaviljoen op de vaste wal. Het gebouw zou worden ontworpen door Sanaa, de Japanse architecten die jaren later de Schouwburg bouwden. Overdag open voor koffie en een lunch, in de avonden voor kamerconcerten, literaire salons en exposities. Dus allemaal activiteiten die zouden passen bij het culturele karakter van het plan Lumièrepark Cultuurpark. Het was de bedoeling om met de nieuwe programmering nieuwe gebruikers naar het park te trekken. De geplande beeldenroute zou mensen kunnen verleiden uit het stadscentrum naar het park te wandelen. Als laatste voorziening was nog voorzien in een podium voor kleinschalige muziekuitvoeringen en toneelvoorstellingen. Maar ook voor een buurtfeest.

Niet slim

Een mooi plan om van het centrum een meer volwassen stad te maken. Maar het was niet zo slim en helemaal niet nodig om 50 parkeerplaatsen en een parkeerplaats voor een bus in het park te plannen. In het ruim twee keer zo grote Vondelpark in Amsterdam zijn toch ook geen parkeerplaatsen voor bezoekers? Bovendien ligt er tussen het Lumièrepark  en het ziekenhuis een groot parkeerplein. Met deze geplande voorziening gaf de gemeente bewoners munitie om het plan te bestrijden.

Verder staat er in het door het college vastgestelde plan Lumièrepark, Cultuurpark iets opvallends: ‘Door vroegere afspraken van de gemeente met bewoners in de aan het park grenzende appartementen is de realisatie van bouwwerken in het noordelijke helft van het park uitgesloten.’ Dit zijn waarschijnlijk ook de bewoners geweest die de plaatsing van De Paviljoens in de jaren negentig hebben tegen gehouden.

Dit roept een paar vragen op. Kan de gemeente met een beperkt aantal bewoners dit soort vergaande afspraken maken? En hoe lang zijn die eigenlijk geldig? Tot in de eeuwigheid? Kun je de stad nog wel ontwikkelen als er van alles is dichtgetimmerd? En de meest indringende vraag: Waarom heeft B&W het vastgestelde plan nooit uitgevoerd? In het zomernummer hopen we antwoorden op deze vragen te kunnen publiceren.

Nieuwe initiatieven

Gelukkig zijn er steeds Almeerders die met initiatieven proberen meer levendigheid te realiseren. Zoals het idee voor de ontmoetingsplek in het vorige FWK-nummer. Of het chique plan Fête Champêtre van  Berry Koevoets en James Heus, dat zij hebben ingediend voor de Prijsvraag Rondje Weerwater. Zij schrijven:

‘Het Lumièrepark is één van de potentiële gebieden in de stad die de verbinding kan vormen tussen het centrum en de Floriade. Een ‘verborgen parel ’ die zo dicht bij is , maar zover weg lijkt. Juist hier moet een groene loper komen die de fysieke barrière moet doorbreken. Door de route in verschillende subgebieden te verdelen, maakt het aangenamer door dit gebied voort te bewegen. Tevens is er dan keer op keer iets nieuws te beleven . Zowel op het gebied van activiteiten als mede het landschap dat door de seizoenen heen verandert. Het i s dan géén transitiezone meer, maar een verblijfsplek!’

Het plan heeft de volgende onderdelen:

  • langs het water komen platforms, fijne uitzichtpunten voor contact met het weerwater
  • een trap tevens tribune voor muziek en theater met uitzicht op de skyline van de stad
  • een Belvedère, Italiaans voor mooi uitzicht, het hoogste punt van het park
  • hoge grassen en planten zoals in de tuinen van Piet Oudolf
  • een parkvilla zoals Villa Augustus in Dordrecht
  • een plek voor stadstuinieren.

De indieners zijn met hun plan Fête Champêtre een van de winnaars van de Prijsvraag Rondje Weerwater. James Heus vertelt dat zij met dit idee het Weerwater meer het hart van Almere willen maken. Het Lumièrepark biedt daarmee ruimte voor o.a. sport, theater en verdere vormen van recreatie. De Gemeente is volgens James nu aan zet voor het verdere vervolg van het proces. Dit gaat in samenwerking met de andere winnaars van de prijsvraag in een klankbordgroep. De Gemeente heeft hierin een adviserende rol. James: ‘Met het oog op de huidige ontwikkelingen rond de Floriade hopen wij op een mogelijke integratie met het algemene plan dat voor hiervoor is gemaakt.’

Wat willen de Filmwijkers?

Het Platform Filmwijk schrijft in juli 2013 in een brief aan B&W van Almere: ‘Plannen voor (…) het plaatsen van de Paviljoens in het Lumièrepark zijn niet doorgegaan na grote protesten van bewoners. Het lijkt of bewoners zich alleen verdedigend opstellen. Maar uit een wijkpanelonderzoek van het Platform Filmwijk blijkt wel degelijk ook een constructieve opstelling: de vestiging van kleinschalige horeca in het Lumièrepark wordt door de meerderheid niet afgewezen, maar juist wenselijk geacht. Wanneer vanuit een vertrouwensrelatie bewoners om hun mening wordt gevraagd ontstaan er in Almere veel mogelijkheden.’

Hoe nu verder?

Er is nu zo’n twintig jaar een patstelling. Enerzijds B&W van de gemeente die niet doorpakt en anderzijds (groepjes) bewoners die plannen tegenhouden. Er wonen bijna 11.000 mensen in de Filmwijk en in het centrum van de stad een kleine 2000. Hoe kun je ervoor zorgen dat iedereen betrokken wordt en kan meedenken over de invulling van het Lumièrepark? Daarover meer in het zomernummer van de Filmwijkkrant. Reageren kan natuurlijk ook via info@filmwijkkrant.nl

Dit artikel is verschenen in de Filmwijkkrant van april 2015

Gebruikte documenten:

Lumièrepark Cultuurpark. Ruimtelijke visie. Vastgesteld door B&W 13 februari 2001. Gemeente Almere

De Lumièreparkkamer: bloeiende ontmoetingsplek aan het Weerwater. Filmwijkkrant december 2014

Brief van Platform Filmwijk aan B&W van Almere. Onderwerp: Zienswijze conceptnota Kleur aan Groen. 3 juli 2013

Fête champêtre. De verbindende parel tussen het centrum en de Floriade. juni 2014. Te downloaden op www.growinggreencities.nl

Share

Stadsambassade Almere

In Almere nemen steeds meer burgers initiatieven om hun buurt gezelliger en duurzamer te maken. Bijvoorbeeld door plantsoenen in eigen beheer te nemen zoals in Hoekwierde, een picknick tafel op een pleintje aan de Hollywoodlaan te zetten of bomen voor een moestuin te planten bij het Filmwijkstrand. Dit soort initiatieven zie je in alle Nederlandse steden en ook in Berlijn, New York en Kopenhagen. Met een Engelse term wordt dit de do it yourself economy genoemd.

In Leiden wil Carolien Polderman net zoals andere buren op leeftijd zo lang mogelijk in de wijk blijven wonen. De wijk heeft relatief weinig voorzieningen voor de bewoners. Daarom heeft Carolien een wijkgroep ouderen en wijkkringen opgezet. Door een boekje uit te geven met contactgegevens van mensen en organisaties, is er een wijknetwerk gerealiseerd. Naast het organiseren van leuke dingen, zoals museumbezoek, bestrijdt de wijkgroep ook de eenzaamheid onder ouderen. Gelukkig voelen veel oudere bewoners zich vaak nog fit en willen best wat voor anderen doen. Dus helpen zij bij het tuin onderhoud, de hond uitlaten, schilderijtjes ophangen of lampen vervangen. Volgens de oprichtster hoeft niemand bang te zijn dat hij zijn buurman in bad moet doen.

Stadsambassade_Almere

Stadsambassades in Nederlandse steden

Als burgers steeds vaker allerlei activiteiten in hun omgeving organiseren dan zou het goed zijn als  een organisatie daarbij helpt. Om dit te kunnen doen, worden in twintig Nederlandse steden stadsambassades opgezet. Een stadsambassade is een leernetwerk van initiatiefrijke, creatieve en ondernemende burgers. Deze burgers noemen we stadsmakers en dit past goed bij de slogan van Almere  ‘mensen maken de stad’. Het leernetwerk kan bestaan uit bewoners en sociaal ondernemers, creatieven, gemeenteraadsleden, ambtenaren, wetenschappers en kennisinstellingen. Dus iedereen die actief is in de eigen omgeving en daarmee meehelpt aan de sociale, culturele en duurzame ontwikkeling van stad.

stadsambassade_almere

Alle Nederlandse steden krijgen een stadsambassade die een verbindende rol speelt tussen de stadsmakers. Kennis en ervaring uit de praktijk wordt zodoende overgedragen. Je kunt het zien als een leerschool waar burgers worden bijgeschoold door andere stadsmakers. Door van en met elkaar te leren kunnen buurtprojecten eerder een succes worden. Veel steden hebben al een stadsambassade en het is de bedoeling dat Almere er ook een krijgt.

De stad als laboratorium

CascadeparkVoor het onderbrengen van de stadsambassade wordt gezocht naar een toegankelijke locatie in het stadscentrum. Waar bewoners kunnen vergaderen over het opzetten van een wijkgroep zoals in Leiden of een kookclub voor de buurt. Je kunt het zien als een vrijplaats voor Almeerders met goede ideeën over de huidige en toekomstige stad. Waar je mensen met soortgelijke initiatieven tegenkomt en waarmee je kunt samenwerken om die te realiseren. Of waar burgers met politici kunnen discussiëren over hun oplossingen voor problemen of gewoon over hun ideeën om de stad leuker te maken. In de stadsambassade kunnen  Almeerse stadsmakers een agenda van activiteiten opstellen. Het is nadrukkelijk een bottom up beweging waarmee mensen betrokken zijn bij het vormgeven van hun directe omgeving. Door samen te werken aan pragmatische oplossingen en doelen kunnen burgers, sociale ondernemers en de overheid het leven in de steden verbeteren.

Kortom, de stadsambassade kan de huiskamer van de stad worden. Almeerders lopen er binnen voor een kop koffie of thee, om elkaar te ontmoeten en samen iets voor de stad te organiseren. Het huren van een vergader-, werk-, of debatruimte kost geen geld als de activiteiten bijdragen aan de aantrekkelijkheid, leefbaarheid, duurzaamheid en sociale cohesie van en in de stad.

stadsambassade_almere

 

Wat is een stadsambassade?

Een stadsambassade is een leernetwerk van burgers die initiatieven nemen met en voor elkaar, van en met elkaar leren, pragmatische oplossingen zoeken voor alledaagse problemen, leegstand willen aanpakken, braakliggende grond (tijdelijk) willen benutten, de stad willen verbeteren, streven naar meer duurzaamheid en sociale cohesie, maar ook ontmoetingsplekken creëren in publieke ruimtes en vrijplaatsen, vooral willen doen,  máken en realiseren, door bijvoorbeeld buurt coöperaties en buurtondernemingen op te zetten. Daarnaast vragen de stadsambassades om een overheid die luistert, ruimte biedt en faciliteert. Die op een nieuwe innovatieve wijze samenwerkt met burgers om de stad te verbeteren. Deze beweging is nationaal en gaat in 2015 van start onder de naam ‘Nieuw Nederland, Steden in Transitie’. [1]

stadsambassade_almere
de Stadsambassade in Almere-Buiten

 

 

 

 

 

 

 

 

In het kerstnummer (2014) van de Filmwijkkrant is een artikel verschenen over de stadsambassade Almere. Zie www.filmwijkkrant.nl

MEER over de stadsambassade Almere op Facebook https://www.facebook.com/pages/Stadsambassade-Almere/1527939457424394?ref=aymt_homepage_panel

[1] Nieuw Nederland – Steden in Transitie is een initiatief van Pakhuis de Zwijger en is een netwerk van Stadmakers uit Nederlandse steden.

Nieuw Nederland is een initiatief van Pakhuis de Zwijger over transities in steden in Nederland en Europa. Pakhuis de Zwijger:

‘In een tijd waarin gevestigde instituties en gangbare werkwijzen steeds vaker vastlopen, belichten wij de energie en het initiatief dat van onderop verandering brengt. De stad van de toekomst wordt niet ontworpen op de tekentafel, maar ontstaat vanuit de kracht van mensen en gemeenschappen. Vraagstukken zoals leefbaarheid, duurzaamheid en innovatie vinden meer en meer hun antwoord in lokale en kleinschalige oplossingen. Terwijl klein het nieuwe groot wordt, zal het delen van kennis en ervaring met anderen in de wereld steeds belangrijker worden. Nieuwe verhoudingen en rollen tussen burgers, overheid en het bedrijfsleven in het publieke domein zijn daarvoor nodig. Nieuw Amsterdam brengt al die partijen samen en helpt in de zoektocht.’

home

stadsambassade Almere
nieuwe bibliotheek Almere
Share

Amsterdam benut kansen met campus

Amsterdam presteert onvoldoende als universiteitsstad.

Met 6,6% internationale studenten blijft de stad ver achter bij steden als Londen (26%), Parijs (22%), Berlijn (16%), Zürich (24%), Wenen (23%), Barcelona (11%) en Brussel (26%), zo blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau StudentMarketing.

Toch is Amsterdam wereldwijd nummer 5 van de meest bezochte steden door jongeren. De stad profiteert dus veel te weinig van de populariteit onder jongeren. Amsterdam wordt door jongeren vooral gezien als een stad om te bezoeken en te feesten, maar niet om te studeren.wild projects campus

Banen en inkomsten door buitenlandse studenten
“Internationaal hoger onderwijs zorgt voor veel werkgelegenheid. Elke internationale student creëert ongeveer eenderde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Van de buitenlandse studenten geeft 90 procent aan dat ze in hun studiestad willen blijven. Dit betekent dat een hoger aandeel internationale studenten Amsterdamse bedrijven zullen voorzien van een ruimer aanbod jong talent.”

Bron: www.classof2020.nl/amsterdam-university-capital 

Afgestudeerde internationale studenten die in Amsterdam hebben gestudeerd, willen graag blijven. Zij vinden echter onvoldoende aansluiting naar werk. Daarnaast zijn er te weinig betaalbare woon- en werkruimten.

Hoog tijd om in deze situatie verandering aan te brengen met de internationale innovatiecampus (IIC).

Internationale Campus voor innovatie

De inhaalslag kan worden gerealiseerd op het Marine Etablissement of in Buiksloterham aan de IJ-oevers. Door het bouwen van een compacte woon-werkwijk kunnen duizenden studenten en start-ups worden gehuisvest. Geen torenhoge verticale campus zoals in veel Amerikaanse steden, maar een wijk met smalle straatjes, pleintjes en witte woon-werkcomplexen met groene dakterrassen. Beeldbepalende, industriële gebouwen blijven behouden.

De wijk is een kruising tussen de Jordaan, El Born en de witte dorpen in Andalusië. Kleine mode- en designwinkeltjes, ateliers, startersbegeleiders, café’s, restaurants en publieksfuncties zitten in de plinten van de gebouwen en op de pleintjes.

In de compacte wijk ontmoeten studenten en startende ondernemers elkaar op straat, op de pleintjes en de groene dakterrassen. Voor innovatie is nabijheid van interessante mensen en allerlei functies een belangrijke voorwaarde.

De locatie kan dan uitgroeien tot een internationaal zeer gewilde plek.

Met de fiets, veerponten en metro zijn universiteiten, HBO’s en kennisinstellingen gemakkelijk te bereiken. De winkeltjes en ateliers met modeontwerpers, designers, architecten, edelsmeden, etc. trekken ook Amsterdammers en toeristen naar de campuswijk. Het witte en groene karakter van de Plantage-buurt kan als basis dienen voor de architectuur van de nieuwe wijk. Door compact en met vijf tot acht etages te bouwen kunnen de kosten van de bouwwerken en de infrastructuur worden beperkt.

innovatiecampus Amsterdam

Geen Neelie Kroes campus

De campus is bedoeld als verzamelplek voor alle disciplines en geen ICT-campus met een app’je hier en een app’je daar. Internet bedrijven kunnen uitgroeien tot grote wereldwijde spelers, zoals Booking.com, maar dat zijn uitzonderingen. Bij een ICT-gedreven campus, zoals bij de StartUpDelta, heerst een onbegrensd geloof in de wonderen van big data, open data, apps en andere ICT-toepassingen.  Rutger Bregman van de Correspondent schreef hierover een artikel met de titel De Grote Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo.

Bejubeld worden ze, zo schrijft Bregman: de ‘innovatieve start-ups’ die vanuit Nederland de wereld veroveren. Maar als je ziet voor welke problemen deze bedrijven oplossingen bedenken, rijst de vraag: waarom eigenlijk?

Op de internationale innovatiecampus komen kennis, allerlei vakgebieden en ambitieuze mensen bij elkaar die maatschappelijke problemen willen oplossen. Zo ontstaat weer nieuwe kennis, samenwerking en nieuwe mogelijkheden. Door de verzamelingen van mensen, kennis, creativiteit en ambitie ontstaat een brandpunt van dynamiek en ruimte voor vernieuwing.

Wat is het doel van de internationale innovatiecampus

Het doel van de campus is:

  • Aanzienlijk meer buitenlandse studenten naar Amsterdam trekken
  • Creatieve, innovatieve en ondernemende studenten met een grote mix aan studierichtingen in de campus huisvesten (studenten moeten ‘solliciteren/motiveren’ om toegelaten te worden)
  • Afgestudeerde (internationale) studenten faciliteren om een bedrijf te starten
  • Een internationale ontmoetingsplaats voor wetenschappers, designers, bezoekers uit de hele wereld realiseren
  • Een nieuwe aantrekkelijke, internationale wijk in het centrum met innovatieve mode- en designwinkeltjes, ateliers, etc. ontwikkelen.

Verdeelsleutel en criteria

Voor het toewijzen van woon- en werkruimten aan creatieve, innovatieve en ondernemende studenten en starters kan een bepaalde verdeelsleutel worden gehanteerd. Bijvoorbeeld 30% Nederlandse studenten, 40% buitenlandse studenten en 30% veelbelovende starters. Studenten worden niet zomaar toegelaten. Zij worden geselecteerd op basis van hun passie om een bijdrage te leveren met hun studie aan een betere wereld.

Veder kunnen aan de hand van selectiecriteria -zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van een businessplan- talentvolle afstudeerders worden gefaciliteerd. Het is belangrijk voor de kennisdeling en versnelling van het innovatieproces dat in de wijk een mix wordt gehuisvest van studenten die (medische) technologie, life & neuro sciences, informatica, design, etc. studeren. Want diversiteit van disciplines, talent, passies en ervaringen is een belangrijke voorwaarde voor creativiteit, innovatie en ondernemerschap.

In het begin zal er sprake zijn van organische groei en zullen de criteria flexibel worden gehanteerd om de woonruimtes vol te krijgen in het geval er nog te weinig buitenlandse instroom op gang is gekomen. Dit kan door buiten de categorie en criteria vallende studenten een tijdelijk huurcontract te geven. Maar het realiseren van het doel -meer talentvolle buitenlandse studenten aantrekken- heeft prioriteit. Omdat dit van groot belang is voor de ontwikkeling van Amsterdam

internationale innovatiecampus wild projects

Gezamenlijk aan de slag

De campus kan een gezamenlijk project en investering worden van de gemeente Amsterdam, de UVA, VU, enkele nieuwe universiteiten, de HVA, AMC, VUmc, kennisinstellingen en investeerders zoals de Pensioenfondsen ABP en PGGM, commerciële investeerders en woningbouwcorporaties zoals de Key.

Om de risico’s te verdelen kunnen blokken van de compacte wijk door verschillende partijen worden ontwikkeld. Wel zullen de gehanteerde doelen, opzet, karakter, architectuur en de criteria door alle betrokken partijen gedeeld en nageleefd dienen te worden.

“Het aantrekken van meer buitenlandse (top)studenten (…) is een speerpunt van onze gezamenlijke inzet samen met de Board (Amsterdam Economic Board) de komende periode.” Louise Gunning, collegevoorzitter UvA en HvA.

Waarom is de internationale innovatiecampus voor Amsterdam een noodzaak?

  1. Klimaatverandering, matige leefbaarheid in steden en spanningen in de samenleving vragen om grotere inspanning om problemen aan te pakken. Talent uit binnen- en buitenland is nodig om deze uitdaging te kunnen oppakken.
  2. Door de globalisering vindt het proces van kennisontwikkeling en -toepassing veel sneller plaats. Het faciliteren van excellente leer-, ontwikkel- en maakplekken is een noodzakelijke voorwaarde daarvoor.
  3. Kennistoepassing vindt efficiënter en effectiever plaats in steden met veel ontmoetingsplekken, broedplaatsen, tijdelijke, experimentele locaties zoals De Ceuvel, internationale kennisinstellingen, onderzoekscentra zoals Sarphati Institute, maakacademies zoals Design Academie Eindhoven, intermediaire organisaties zoals Mediamatic en Pakhuis de Zwijger, en vooral ook door bottom up initiatieven gefaciliteerd door de lokale overheid.
  4. De relatie tussen universiteiten en samenleving is nog vrij onderontwikkeld. De moderne wetenschapper leeft in een naar binnen gekeerde wereld, mijdt het publieke debat en is vooral bezig met het schrijven van onderzoeksaanvragen en artikelen voor vakgenoten.[1] Een grote internationale campus met ondernemende studenten en start-ups kan zorgen dat wetenschappers zich meer gaan richten op kennistoepassing.
  5. Meer creatieve en innovatieve experimenten, start-ups en bedrijven zijn nodig om de ontwikkeling richting circulaire economie en een gezonde, sociale en slimme, clean tech stad te versnellen. De internationale innovatiecampus stimuleert dit innovatieve proces.
  6. Amsterdam heeft een grote achterstand voor het aantrekken van buitenlandse studenten. Volgens de Class of Amsterdam trekt de stad “ieder jaar 1,2 miljoen jonge toeristen, maar maakt nauwelijks plaats voor buitenlandse studenten. In een vergelijking tussen negen Europese steden is Amsterdam de minst internationale studentenstad. De achterstand van Amsterdam op andere steden groeit de komende jaren.” Bron persbericht via http://classof2020.nl/amsterdam-university-capital/
  7. Amsterdam heeft minder internationale studenten. Met 6.750 internationale studenten (6,6%) blijft Amsterdam onder het niveau van vergelijkbare Europese steden. Londen is in Europa koploper met ruim 100.000 studenten uit het buitenland, maar ook steden als Kopenhagen, Berlijn, Madrid en Wenen hebben ieder ruim driemaal zoveel internationale studenten als Amsterdam. Ook binnen Nederland is het aandeel internationale studenten lager dan gemiddeld. Bron: rapport Wordt Amsterdam de University Capital van Europa? Internationaal Hoger Onderwijs als economische motor? Aanbevelingen van The Class of 2020 Conferentie aan de stad Amsterdam. Februari 2014.
  8. Volgens dezelfde bron: Als de stad het aantal internationale studenten zou weten te verdubbelen dan zorgt dit voor een pool aan internationaal talent die de economie hard nodig heeft. Het levert duizenden banen, miljoenen aan investeringen en honderden mogelijke nieuwe startups op. Maar zelfs met een verdubbeling hoort Amsterdam bij de achterhoede van Europa.
  9. Afgestudeerde internationale studenten willen graag blijven, maar vinden onvoldoende aansluiting naar werk en ondernemerschap. Het actief koppelen van studenten aan bedrijven via stages en het ondersteunen van startups verhoogt de kans op een langdurig verblijf in de stad. Zie bron via http://issuu.com/buenagente/docs/the_class_of_2020_magazine_report_20110914_m. Ook uit onderzoek van Bureau Broedplaatsen blijkt dat bijvoorbeeld internationaal talent van de Rietveld Academie vertrekt omdat er onvoldoende betaalbare woon- en werkruimte is.
  10. Amsterdam groeit de komende tien jaar naar verwachting met 60.000 inwoners (tot 2040 komen daar nog zo’n 100.000 bij). Indien er geen aparte internationale campus wordt gebouwd zal de druk op de woningmarkt nog verder stijgen en zal Amsterdam er waarschijnlijk niet in slagen het aantal buitenlandse studenten te laten stijgen.
  11. Amsterdam loopt in vergelijking met Londen en andere Europese steden extra werkgelegenheid en inkomsten mis. Elke internationale student creëert ongeveer eenderde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Ook de extra dynamiek en sociale mobiliteit zal de stad dan mislopen.

Growth of the student population of the Netherlands and Amsterdam between 2007 and 2013. The percentage of foreign students in Amsterdam grew less rapidly than for the Netherlands as a whole. Bron: Nuffic, 2014

internationale innovatiecampus wildprojectsAantrekkelijke studies voor buitenlandse studenten en experimentele vrijplaatsen

Om meer buitenlandse studenten te trekken zal Amsterdam op technologie-ontwikkeling en -toepassing gerichte studies moeten aanbieden. Het gaat bijvoorbeeld om:

Medische technologie: combinatie van neuroscience, life sciences, medische technologie, onderzoeksinstituten zoals AVL en MESA+ nanotechnology research institute (Twente) en bedrijven zoals Philips medische technologie en start-ups op de Internationale InnovatieCampus (IIC)

Circulaire economie, klimaatverandering en stad van de toekomst: combinatie van onderzoek, stedelijke- & technologie-ontwikkeling door samenwerking tussen universiteiten en HBO’s, AMS Institute (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions), bedrijven, start-ups en het toepassen van nieuwe concepten en technologie op experimentele locaties en test beds in Amsterdam (zoals de Ceuvel) en Almere Floriade en Oosterwold.

Compared with the other cities, Amsterdam has few international students. In 2020 the difference is even greater. Bron: Studentmarketing, Wenen

internationale innovatiecampus IIC wildprojects


[1] Universiteit blinkt uit in opschepperij. Interview met Henk Wesseling over perverse prikkels in het universitair onderwijs en onderzoek. De Volkskrant 12 april 2014

Voor meer informatie over campusontwikkeling www.campus.uva.nl

Artikel van Rutger Bregman https://decorrespondent.nl/2516/De-Grote-Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo/213909907376-05eb134d

Essay Agenda Stad https://webmail.xs4all.nl/?_task=mail&_action=get&_mbox=INBOX&_uid=13980&_part=2

Share