Tagarchief: Amsterdam

Amsterdam slimmer en schoner met de ‘YOET’

Your Own E-Taxi (YOET) is next step voor binnenstedelijke mobiliteit

Kan de Yoet Amsterdam slimmer, schoner en leefbaarder maken? Amsterdam wordt steeds voller met auto’s, scooters, fietsers, voetgangers en touringcars met toeristen. De discussies over het toerisme laaien op want de leefbaarheid staat onder druk en de luchtvervuiling is een bron van zorg. De belangrijkste bron van luchtvervuiling is het verkeer. De uitlaatgassen in de stad zorgen voor relatief hoge concentraties luchtvervuiling. Scooters, auto’s met  dieselmotoren en touringcars zijn de grote vervuilers. YOET

De buitenluchtkwaliteit voldoet op veel plekken in de stad niet aan de geldende normen. Luchtvervuiling leidt tot verhoogde gezondheidsrisico’s voor kinderen, ouderen of mensen die al een luchtwegaandoening of hart- en vaatziekte hebben.

De maatregelen van de gemeente om de luchtkwaliteit te verbeteren leveren weinig op. Touringcars mogen het centrum inrijden om toeristen af te leveren voor een boottochtje. De grachten van Amsterdam staan vol met geparkeerde auto’s. Een flink deel daarvan is niet van de bewoners maar van bezoekers. Als alleen bewoners daar kunnen parkeren, kan er veel open ruimte worden gecreëerd. Misschien is het zelfs mogelijk om één zijde van de grachten helemaal autovrij te maken. Toeristen kunnen dan al wandelend ongehinderd genieten van Amsterdam. Om te voldoen aan de vraag naar mobiliteit kan de elektrische oproep taxi een uitstekend alternatief zijn.

Hoe werkt de YOET

De afkorting voor Your Own E-Taxi is YOET. Het is een elektrische auto voor vijf personen die je op afroep kunnen bestellen. We dachten er eerst een robot auto van te maken maar dat heeft grote nadelen. Er moet namelijk geïnvesteerd worden in een digitaal geleidesysteem. Problematischer is dat een robot auto bij drukke voetgangerspassages, zoals de Leidsche straat, moeite zal hebben om door te rijden. Want voetgangers zullen waarschijnlijk niet spontaan doorgang verlenen. Daarom is de Yoet een elektrische taxi mét een bestuurder. Via een app wordt de taxi bestelt en een chauffeur brengt vervolgens de oproep auto naar het gevraagde adres. De taxichauffeur stapt uit, controleert digitaal de gegevens van het rijbewijs en overhandigt de Yoet aan de gebruiker. Vervolgens haalt de taxi-chauffeur een vouwfiets uit de taxi en fietst naar de Yoet-centrale. Of krijgt onderweg een melding om een Yoet op een ander adres te halen. Inmiddels is de gebruiker van de taxi op weg naar een of meer bestemming(en) in het centrum van Amsterdam. Gebruikers met een abonnement kunnen de taxi ook zonder tussenkomst van een fietsende taxichauffeur van elkaar overnemen. De gegevens tussen de gebruikers worden online verwerkt voor de overdracht en de betaling.

‘appen voor een yoetje’

Door de breng- en haalservice kan de Yoet snel worden geïntroduceerd zonder grote investeringen in de infrastructuur. Een joet is Amsterdams voor 10 gulden. Dus misschien kunnen we in de toekomst bellen en appen voor een ‘yoetje’.

Meer lezen over smart cities en robotauto’s in Amsterdam . Raadpleeg ook www.wildprojects.nl. De foto in de header van dit artikel is een compositie van afbeeldingen van Google, de elektrische robotauto EZIO en een elektrische vouwfiets van Brompton.

De YOET  is een van de mogelijke oplossingen om de luchtvervuiling te verminderen. Het kan als voorbeeld dienen voor het realiseren van het start-up project 1000 sunflowers for Amsterdam (#1000sunflowers4Amsterdam). SUN staat voor solutions for urgent needs. Uitgangspunt voor de starters zijn de problemen in samenleving die met urgentie opgelost moeten worden.

Meer lezen over de luchtvervuiling in Nederland en Amsterdam Lees verder Amsterdam slimmer en schoner met de ‘YOET’

Share

Gentrificatie, zegen én vloek?

Gentrificatie heeft veel voordelen, maar ook grote nadelige effecten. Hoe kunnen we zorgen dat de gecreëerde waarde in de wijken blijft en niet verdwijnt in de zakken van vastgoedeigenaren? Hoe kunnen we werken aan een samenleving waarin voor iedereen winst wordt gecreëerd? Een economie voor mensen: circulair, armoedevrij en inclusief? [i] Deze vragen zijn het uitgangspunt voor het schrijven van dit artikel én bovendien (indirect) actueel door de aanslagen in Parijs. Wijken met mensen die niet mee (kunnen) doen, kunnen een voedingsbodem zijn voor radicalisering. Het ontwikkelen van inclusieve buurteconomieën kan voor nieuw perspectief zorgen.

Gentrificatie en verhipping van steden

De Engelse sociologe Ruth Glass bedacht de term gentrification waarmee ze de lokale overheid van Londen waarschuwde voor het verdringen van armen uit de stad. Zij bestudeerde de problemen op de woningmarkt in Londen en kwam tot de volgende conclusie: “One by one, many of the working class quarters have been invaded by the middle class – upper and lower … Once this process of ‘gentrification’ starts in a district it goes on rapidly until all or most of the working class occupiers are displaced and the whole social character of the district is changed.” (London, Aspects of Change. 1964).  De vinex steden in Nederland zijn mede een gevolg van deze verdringing. Dit proces van verdringing is nog steeds een actueel maatschappelijk probleem. Het huidige college van Amsterdam ziet gentrificatie als een kans voor de stad. Argument is dat de instroom van hoogopgeleide jonge mensen goed is voor de internationale concurrentiekracht van de stad.

May 2002: Richard Florida publishes The Rise of The Creative Class, selling governments across the world on the notion that distressed inner-cities can be revived by an influx of cafe-going creative professionals.

Gentrificatie verspreidt zich in Amsterdam als een olievlek door alle buurten.  Dit komt door de enorme druk op de woningmarkt.  Maar het zadelt de stad op met een dilemma. We komen daar later op terug.

Op zoek naar betaalbare woon- en werkruimte

In populaire steden zijn duizenden bewoners continu op zoek naar betaalbare woon- en werkruimte. Dat lukt meestal alleen in wijken die er wat minder florissant bij staan en waar de huren nog relatief betaalbaar zijn. De nieuwe bewoners vormen de voorhoede van een stroom volgers, die daar ook gaan zoeken. Creatieve initiatiefnemers huren in zo’n wijk werk- en winkelruimten om een bedrijfje te kunnen starten. Een leuke wijk trekt weer nieuwe woningzoekers zodat na verloop van tijd de wijk het predicaat ‘hip’ krijgt. In Amsterdam gebeurde dit in de jaren tachtig en negentig met de Pijp en meer recent met de Indische Buurt. Bos en Lommer, tien jaar geleden nog aangeduid als Vogelaarwijk, is inmiddels ook een leuke wijk geworden. Nieuw-West, Amstel III en Diemen Zuid zijn wijken in opkomst.

Het minder leuke aspect van deze ontwikkeling is dat zodra een wijk populair wordt, de vastgoedbezitters de huren verhogen. De stijging is niet alleen het gevolg van de verhipping en de populariteit van een wijk maar ook van schaarste op de woningmarkt. Door het enorme tekort aan betaalbare huurwoningen in Amsterdam is de concurrentie op de woningmarkt groot. Het beleid van de huidige regering en het college van Amsterdam zorgt bovendien voor een sterke afname van het aantal sociale huurwoningen.

Een kwalijk gevolg is dat bewoners, die de hogere huren niet kunnen betalen, worden gedwongen te verhuizen naar de randen van de stad. Of naar locaties waar de vervuiling het hoogst is, zoals langs de snelwegen. De hippe wijken gaan op slot voor mensen met lage(re) inkomens. In steden, als Londen en San Francisco, zijn bijna geen betaalbare woningen meer te vinden. Amsterdam lijkt dezelfde kant op te gaan. Ook het verhuren van woningen via Airbnb zorgt voor stijgende huurprijzen. Om een nieuw appartement te kunnen kopen houden kopers soms bij voorbaat al rekening met de verhuur van hun toekomstige woning aan toeristen.

Gentrificatie, de zegen

Hoogopgeleide, creatieve, initiatieven nemende inwoners zijn essentieel voor de ontwikkeling van grote steden. Zij zorgen voor innovatie, dynamiek en veerkracht. Steden fungeren als een economische motor, die steeds meer door maatschappelijke initiatieven tot stand komt. [ii] Populaire steden werken als een magneet voor nieuwkomers; in Amsterdam tot wel duizend mensen per maand. Vaak zijn de nieuwkomers hoogopgeleide (jonge) mensen. Niet alleen Amsterdam, maar bijvoorbeeld ook Rotterdam, Eindhoven en Arnhem zijn de laatste jaren verrijkt met initiatieven van de inwoners. Grote steden zijn veel aantrekkelijker geworden. Het aantal start-ups neemt toe en broedplaatsen puilen uit met bedrijfjes die nieuwe producten en diensten op de markt zetten. In deze steden zijn nieuwe cultureel/maatschappelijke ‘lagen’ ontstaan. In de jaren tachtig en negentig draaide ‘cultuur’ voornamelijk om ‘traditionele’ culturele instellingen, zoals schouwburgen, theater, poptempels, bioscopen en filmhuizen. Nu zijn er in wijken ontmoetingsplekken gecreëerd in leegstaande gebouwen, oude fabrieken omgetoverd tot cultureel/maatschappelijke hotspots en een groeiende beweging van sociaal ondernemers die werken aan de economie waarin voor iedereen winst wordt gecreëerd. Bijna altijd gaat het om bottom-up initiatieven van burgers, soms –vaak na lang overleg- gefaciliteerd door de lokale overheid. Het gaat goed met de steden en dan vooral met Amsterdam waar de economie hard groeit. Toch zijn er ook zorgen.

Een stad van iedereen?

Luca Bertolini, directeur van het Centre for Urban Studies van de UVA, stelt in de Folia: ‘Amsterdam is erg leuk, maar het dreigt op dit moment een stad voor alleen maar hippe mensen te worden. (…) in de jaren negentig (…) was het meer een stad van iedereen. (…) Steden zijn het mooist als verschillende soorten mensen zichzelf kunnen ontplooien en spontaal met elkaar in aanraking komen. Dat lukt nu bijna niet meer’. Hij stelt dat er gelukkig in Amsterdam nog genoeg mooie bewonersinitiatieven zijn, zoals De Ceuvel. Bertolini stelt dat het ultieme ideaal van de stad de mogelijkheid is om anderen te ontmoeten.[iii]

Hij wordt op z’n wenken bediend. In veel Nederlandse steden ontstaan in de wijken publieke ontmoetingsplekken waar initiatiefnemers bij elkaar komen en samen werken om hun buurten leefbaarder te maken.

gentrificatie_wild_projects
bar in Shoreditch

Gentrificatie, de vloek, protesten tegen hipsters en Airbnb

De tekorten aan betaalbare woningen en de stijgende prijzen leidt tot grote ongelijkheid in steden. Eind september leidde dat in de Londense wijk Shoreditch tot protest waarbij een hip ontbijtrestaurantje het doelwit van betogers was. In de Guardian vertelt Dan Hancox wat hij van de ongelijkheid vindt: ‘(…) the brutality of the gentrification that is destroying the lives and demolishing the homes of some of London’s most vulnerable people. Some 49% of the children in the borough live below the poverty line. Property developers and private landlords are making millions forcing these children and families out of their homes, often through violent evictions, and they are regularly moved into inadequate temporary accommodation and sometimes on to the streets. Many parents in the area suffer the indignity of relying on food banks to feed their children while the new Shoreditch residents can make a successful business selling children’s cereal for £5 a bowl.’

gentrificatie

In San Francisco werd begin november het hoofdkantoor van Airbnb bezet door een groep demonstranten. Zij hadden spandoeken bij zich met de tekst ‘stop de uitzettingen’ en ‘stop de hebzucht’. De demonstranten houden Airbnb verantwoordelijk voor de negatieve gevolgen voor de wijken. Spreker na spreker vertelde verhalen over mensen die hun huis uitgezet zijn door de hoge huren. Zij eisten maatregelen tegen huizenbezitters die huurders uit hun woningen zetten om die vervolgens alleen nog maar te verhuren aan toeristen. Sara Shortt, executive director of the Housing Rights Committee. “We have people who are being priced out, and anybody that’s actually looking for housing in this market cannot find it. And at the same time we have a large percentage of our housing stock going to tourists.”[iv]

De keerzijde is dat de sociale ongelijkheid door verdringing van bewoners toeneemt. Ook het beleid van de huidige regering en het Amsterdamse college om het aantal sociale huurwoningen drastisch te verminderen, kan dit effect versterken.

Gentrificatie is een vloek als de ‘armere’ wijken snel veranderen en verhippen. Voor de oorspronkelijke bewoners kan dit grote gevolgen hebben. Door de stijgende huurprijzen moeten de armere bewoners wijken voor de nieuwkomers die de hoge(re) prijzen wel kunnen betalen.[v]

Dilemma

Steden kunnen niet overleven zonder jonge, hoogopgeleide, creatieve en innovatieve bewoners en nieuwkomers. Zij hebben de drang naar vernieuwing en geven de steden nieuwe impulsen voor duurzame groei. Maar deze bewoners zorgen ook voor de veryupping en verhipping van buurten. Vastgoedeigenaren maken maar al te vaak gebruik of misbruik van de opwaardering door de huren flink te laten stijgen. Bewoners met lage(re) inkomens kunnen daarvan de dupe worden. Dit kan leiden tot minder diversiteit. En tot minder vernieuwing als creatieve inwoners met lage inkomens de hogere huren niet meer kunnen betalen. Luca Bertolini stelt dat het voor de ontwikkeling van de stad juist van belang is dat verschillende soorten mensen zichzelf kunnen ontplooien. Een stad moet dus zorgen voor voldoende betaalbare woon- en werkruimten om aantrekkelijk te blijven. Is dit niet meer het geval dan trekken jonge mensen naar andere wijken of naar andere steden.

Initiatiefnemers en stadmakers kunnen het slachtoffer worden van de energie die zij in buurten steken als de huren stijgen en de maatschappelijke waarde die zij met hun initiatieven hebben gecreëerd, in de zakken van de huiseigenaren verdwijnt. Dit is geen oproep om dan maar te stoppen met het nemen van initiatieven. Wel om na te denken wie nou eigenlijk zou moeten profiteren van de maatschappelijke waardecreatie. En vooral ook hoe we dat kunnen organiseren.

gentrificatie

Wat kan de overheid doen?

Het zelf organiserend vermogen van de samenleving groeit, maar de lokale overheid geeft nog te weinig ruimte aan initiatiefnemers. Het kabinet meent dat een nieuwe bestuursstijl nodig is waarin de overheid open en uitnodigend handelt naar initiatiefnemers uit de samenleving. Mooie woorden die in de praktijk maar moeizaam van de grond komt. Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) is een vereniging van en voor vrijwilligers die zich sterk maken voor hun buurt. Leden zijn bewonersgroepen. Het LSA pleit voor buurtrechten waardoor burgers meer zeggenschap over hun directe leefomgeving.

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam wil dat grote steden veel gentrificatiemeer te zeggen krijgen. Hij signaleert een nieuwe stedelijke revolutie; het beleid van het Rijk zou daaraan moeten worden aangepast. De burgemeesters van de vier grote steden willen meer macht, maar of ze dat ook willen delen met de burgers in hun steden? Wat kan de lokale overheid doen om de ongewenste effecten van gentrificatie in te dammen?

  • Bouw duizenden betaalbare huurwoningen in en aan de randen van de hippe buurten zodat er voldoende concurrentie ontstaat op de woonmarkt in deze wijken;
  • Stop met het verkopen en slopen van sociale huurwoningen.[vi] [vii]
  • Zorg met maatregelen dat huren gematigd stijgen om te zorgen dat bewoners die daar al vele decennia wonen, in de stad kunnen blijven wonen, zoals in de Amerikaanse stad Philadelphia;[viii]
  • Geef meer ruimte voor initiatiefnemers en faciliteer bewonersinitiatieven. Het kabinet signaleert als belangrijke trend de komst van de mondige burger. Dit vraagt om meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven van burgers, een nieuwe bestuursstijl, een  overheid die open en uitnodigend handelt naar initiatiefnemers uit de samenleving.
  • Geef wijken budget voor het realiseren van buurtinitiatieven. Dit kan met buurtrechten. Het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA) wil geïnspireerd op de Localism Act uit Engeland buurtrechten waarmee burgerinitiatieven worden gestimuleerd.
  • Faciliteer publieke ontmoetingsruimten in de wijken naar het voorbeeld van de Meevaart in de Indische Buurt in Amsterdam.[ix] Dit zorgt voor de toename van sociale netwerken en goede doelen activiteiten in de wijk.

Wat kunnen bewoners doen?

Hoe kunnen we zorgen dat de gecreëerde waarde in de wijken blijft en hoe kunnen we lokale economieën ontwikkelen? Het zou zomaar kunnen dat buurtcoöperaties daarbij een belangrijk middel zijn. De voorbeelden komen uit Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.

De Verkeerstoren

In een pand aan de Distelweg in Amsterdam-Noord is een tijdelijke coöperatieve en creatieve werkplaats ‘De Verkeerstoren’ ontwikkeld. De verantwoordelijkheid voor het pand ligt grotendeels bij de huurders zelf. De huurders werken zo veel mogelijk mee aan de opbouw en het beheer van het pand. Dat doen ze met zoveel mogelijk gebruikte bouwmaterialen. Huurprijzen kunnen door de gedeelde verantwoordelijkheid en samenwerking zo laag mogelijk blijven. Het is dus eerder een vrijplaats dan een broedplaats. De initiatiefnemers vinden het coöperatieve karakter heel erg belangrijk’: ‘we zijn een collectief dat het samen doet.’

De buurtcoöperatie van de Jan Evertsenstraat

Met een ‘freezone‘ zoals in de Jan Evertsenstraat bepalen bewonersgentrificatie en ondernemers samen wat wel en niet kan, omdat de stedelijke regels en vergunningen daar niet meer gelden. De Jan Evertsen BuurtCoöperatie (JEBC) is een initiatief van Winkelstraatvereniging Jan Eef met als doel een diverser winkelaanbod in de straat te realiseren. De coöperatie bestaat uit bewoners, gebruikers, ondernemers en buurtgenoten. Getracht wordt het aanbod te laten aansluiten bij de behoeftes uit de buurt. Dit is een nieuwe manier om de winkelstraat op te waarderen en diverser te maken. De buurt coöperatie wil panden gaan huren of kopen en deze vervolgens door verhuren aan ondernemers die voor een diverser aanbod zorgen. Om panden te kunnen huren of kopen is er kapitaal nodig. De JEBC vraagt belanghebbenden – bezoekers, klanten, ondernemers en buurtgenoten – in te stappen.

Sara Mohammadi, projectleider van de buurtcoöperatie JEBC: “Nu (…) gaat heel veel vrijwilligerswerk en initiatief van de buurt verloren aan de vastgoedeigenaren die daar aan verdienen. En dat is het niet alleen, bijkomstig is dat veel vastgoedeigenaren niet dezelfde visie delen als de buurtbewoners en daardoor minder geneigd zijn om mee te werken.”

Gentrificatie kan een zegen zijn als het initiatiefnemers in een wijk lukt om een inclusieve buurteconomie te ontwikkelen. En om daarbij bewoners te betrekken die niet gewend zijn om initiatieven te nemen.

De Delfshaven Coöperatie

De Delfshaven Coöperatie in Rotterdam:
Samen bereik je meer dan alleen. Maar hoe krijg je dat voor elkaar? En: hoe krijgt vernieuwing en experiment een plek? De Coöperatie verbindt lokale initiatieven in Delfshaven aan overheid en bedrijfsleven. Ons doel is economische ontwikkeling en veerkracht in Delfshaven. We verleiden en ondersteunen initiatieven (van bewoners).

De Haagse Markt

De Volkskrant schrijft over de vernieuwde Haagse Markt: gentrificatie‘Kansloze’ jongeren lopen er stage. ‘Ze vinden er een familie’. De multiculturele bazaar is een van Europa’s grootste openluchtmarkten. De markt is een coöperatie waarbij de meeste marktkooplieden zijn aangesloten. De Coöperatie werkt samen met de middelbare school voor praktijkonderwijs De Einder in Transvaal. De schooldirecteur is lyrisch over de samenwerking:

Jongeren die anders kansloos zijn, worden hier gesocialiseerd. Vegen is misschien geen droombaan, maar je hoort wel bij de familie. De marktkooplieden zijn ongelofelijk betrokken. Het zijn doeners met een groot sociaal hart’.  

De Haagse Markt zorgt voor sociale cohesie en versterkt de lokale wijkeconomie.  Jongeren die niets hebben te verliezen, vinden dat de markt nu van hen is. Bron: Tussen de kramen leeft jongere op. De Volkskrant 20-11-15 

De experimenten in de wijken tonen aan dat burgers zoeken naar alternatieven voor de neoliberale manier waarop de samenleving kan worden ingericht.

Een wijk van en voor iedereen?

In een ‘achterstandswijk’ zijn andere maatregelen nodig dan in een hippe wijk. In het schema staan voorbeelden voor beide wijken. Een wijk kan bijvoorbeeld het groenonderhoud door kansarme, werkloze jongeren laten uitvoeren. Met allerlei activiteiten kan gebouwd worden aan een inclusieve buurteconomie en een sterke identiteit.

wild_projects_inclusieve_buurteconomie

Door de aanslagen in Parijs moet het verbeteren van de leefbaarheid in buurten en wijken absolute voorrang krijgen. Het stimuleren en faciliteren van sociale cohesie en inclusie kan voorkomen dat jongeren in een uitzichtloze situatie belanden en radicaliseren.

Gentrificatie kan helpen om de positie van een wijk te verbeteren mits het verdringingseffect wordt voorkomen en de wijk van en voor iedereen blijft.

De beweging van onderop, initiatiefnemers, stadmakers en de zogenaamde hipsters, kunnen een positieve rol spelen. Deze moet dan wel de kenmerken krijgen van een een brede, mobiliserende, sociaal/inclusieve beweging. Daarnaast zullen de stadsbestuurders en ambtenaren veel meer open moeten staan voor de vernieuwingsinitiatieven van burgers. Overigens blijft de overheid in grote mate verantwoordelijk voor het nemen van (fysieke) maatregelen die nodig zijn om achterstandswijken te renoveren en de negatieve effecten van gentrificatie, met name stijgende huren, te voorkomen .

voetnoten

[i] Formulering door Social Enterprise NL. Social Label hanteert het begrip socio economics: samen werken aan een economie die de samenleving verbetert.

[ii]  Bron: Kabinetsreactie Rli adviezen Toekomst stad en Kwaliteit zonder groei. 19 september 2014. Rli is de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, het strategische adviescollege voor regering en parlement op het brede domein van de fysieke leefomgeving. Het kabinet stelt in de reactie op Toekomst stad en Kwaliteit zonder groei: Een andere belangrijke trend is de komst van de mondige burger (…) Dit vraagt om meer ruimte voor maatschappelijke initiatieven van burgers (…) zoals het oprichten van coöperaties (…) Het kabinet verwelkomt deze ontwikkeling en meent dat daar een nieuwe bestuursstijl bij hoort waarin de overheid open en uitnodigend handelt naar initiatiefnemers uit de samenleving. (…) Een concurrerende en aantrekkelijke stad zal zijn zelf organiserend vermogen zo veel mogelijk moeten benutten.’

[iii] Folia, HVA & UVA, 7 oktober 2015, blz. 38

[iv] Protesters occupy Airbnb HQ ahead of housing affordability vote. The Guardian, 2 november 2015

[v] De ongelijkheid in steden wordt aangeduid met gentrificatie. Voor meer informatie https://nextcity.org/gentrificationtimeline#intro en inzicht over gentrificatie in Amsterdam het artikel ‘Wil je verbetering in de stad, begin dan binnen de Ring’ van Cody Hochstenbach in Het Parool van 28-7-14

[vi] Volgens het akkoord van de regering Rutte met corporaties en de gemeente mag het aantal sociale huurwoningen van woningcorporaties jaarlijks drieduizend woningen slinken, tot 162.000 in 2019.

[vii] Acht verenigingen van lokale huurders in Amsterdam stellen dat er geen enkele sociale huurwoning in Amsterdam meer mag worden verkocht of gesloopt. Ook moet verboden worden dat sociale huurwoningen in de vrije sector terecht komen. Bron Het Parool, 4 november 2015

[viii] Philadelphia launches the Longtime Owner Occupants Program (LOOP), a real-estate tax break for longtime residents to protect them from rising property taxes. The policy is closely watched as a replicable remedy for gentrifying cities trying to reduce displacement of working- and lower-middle-class residents.  nextcity.org/gentrificationtimeline

[ix] Volgens recent onderzoek helpen buren in etnisch gemengde wijken elkaar. Veel bewoners van arme wijken wonen er prettig en de sociale netwerken van bewoners zijn vaak diverser dan gedacht. Rotterdam heeft veel bezuinigd op publieke voorzieningen, ‘maar zo maak je dus meer stuk dan je beseft’, aldus Anouk Tersteeg, stadsgeograaf en onderzoeker Divercities, een internationaal wetenschappelijk onderzoek in ‘hyperdiverse’ wijken in elf EU-steden, Istanbul, Zürich en Toronto. De Volkskrant, 7 november 2015.

Bronnen: Het Parool, De Volkskrant, steden in transitie, Folia, The Guardian, The Just City Essays. 26 Visions for Urban Equity, Inclusion and Opportunity. EDITED BY TONI L. GRIFFIN | ARIELLA COHEN | DAVID MADDOX

Foto: hip restaurant in Malaga (foto-tj2015)

MEER LEZEN?

Artikel in Trouw maart 2017: De keerzijde van de ‘buurt in opkomst’
Een coöperatie starten, hoe doe je dat? 
Rapport Tussen Wet en Praktijk van Platform 31 – beschrijft ontwikkeling van wooncorporaties.
Wie profiteert van waardecreatie in wijken?
Adri Duivesteijn schreef een essay over de coöperatie waarmee burgers ongeacht hun inkomen weer invulling kunnen geven aan hun eigen woonbehoefte.
Over segregatie in de stad:

Hieronder een video over de toenemende (ruimtelijke) afstand tussen arm en rijk op basis van een grootschalig onderzoek naar de sociaal-economische segregatie in dertien Europese hoofdsteden.

The Guardian: Have you experienced long-term gentrification in your neighbourhood? Share your stories

In recent years, there have been many stories of one of the biggest modern problems to impact cities: gentrification.

(…) Although neighbourhoods in London such as Peckham andStratford are currently experiencing the impact of it, Notting Hill began to gentrify in the 1970s into the wealthy area it is now. (…)

If you have stayed in the same place and seen gentrification change your neighbourhood over the last decade and more, we want to hear from you. Wherever you live in the world, share your stories of watching the impacts of gentrification transform your local area over the long term. When did you first notice it happening? What has the neighbourhood lost – and gained? How has it impacted your daily life?

Respond using the form below by Sunday 10 January and we will feature some of the best stories on Guardian Cities.

 

Share

Amsterdam benut kansen met campus

Amsterdam presteert onvoldoende als universiteitsstad.

Met 6,6% internationale studenten blijft de stad ver achter bij steden als Londen (26%), Parijs (22%), Berlijn (16%), Zürich (24%), Wenen (23%), Barcelona (11%) en Brussel (26%), zo blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau StudentMarketing.

Toch is Amsterdam wereldwijd nummer 5 van de meest bezochte steden door jongeren. De stad profiteert dus veel te weinig van de populariteit onder jongeren. Amsterdam wordt door jongeren vooral gezien als een stad om te bezoeken en te feesten, maar niet om te studeren.wild projects campus

Banen en inkomsten door buitenlandse studenten
“Internationaal hoger onderwijs zorgt voor veel werkgelegenheid. Elke internationale student creëert ongeveer eenderde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Van de buitenlandse studenten geeft 90 procent aan dat ze in hun studiestad willen blijven. Dit betekent dat een hoger aandeel internationale studenten Amsterdamse bedrijven zullen voorzien van een ruimer aanbod jong talent.”

Bron: www.classof2020.nl/amsterdam-university-capital 

Afgestudeerde internationale studenten die in Amsterdam hebben gestudeerd, willen graag blijven. Zij vinden echter onvoldoende aansluiting naar werk. Daarnaast zijn er te weinig betaalbare woon- en werkruimten.

Hoog tijd om in deze situatie verandering aan te brengen met de internationale innovatiecampus (IIC).

Internationale Campus voor innovatie

De inhaalslag kan worden gerealiseerd op het Marine Etablissement of in Buiksloterham aan de IJ-oevers. Door het bouwen van een compacte woon-werkwijk kunnen duizenden studenten en start-ups worden gehuisvest. Geen torenhoge verticale campus zoals in veel Amerikaanse steden, maar een wijk met smalle straatjes, pleintjes en witte woon-werkcomplexen met groene dakterrassen. Beeldbepalende, industriële gebouwen blijven behouden.

De wijk is een kruising tussen de Jordaan, El Born en de witte dorpen in Andalusië. Kleine mode- en designwinkeltjes, ateliers, startersbegeleiders, café’s, restaurants en publieksfuncties zitten in de plinten van de gebouwen en op de pleintjes.

In de compacte wijk ontmoeten studenten en startende ondernemers elkaar op straat, op de pleintjes en de groene dakterrassen. Voor innovatie is nabijheid van interessante mensen en allerlei functies een belangrijke voorwaarde.

De locatie kan dan uitgroeien tot een internationaal zeer gewilde plek.

Met de fiets, veerponten en metro zijn universiteiten, HBO’s en kennisinstellingen gemakkelijk te bereiken. De winkeltjes en ateliers met modeontwerpers, designers, architecten, edelsmeden, etc. trekken ook Amsterdammers en toeristen naar de campuswijk. Het witte en groene karakter van de Plantage-buurt kan als basis dienen voor de architectuur van de nieuwe wijk. Door compact en met vijf tot acht etages te bouwen kunnen de kosten van de bouwwerken en de infrastructuur worden beperkt.

innovatiecampus Amsterdam

Geen Neelie Kroes campus

De campus is bedoeld als verzamelplek voor alle disciplines en geen ICT-campus met een app’je hier en een app’je daar. Internet bedrijven kunnen uitgroeien tot grote wereldwijde spelers, zoals Booking.com, maar dat zijn uitzonderingen. Bij een ICT-gedreven campus, zoals bij de StartUpDelta, heerst een onbegrensd geloof in de wonderen van big data, open data, apps en andere ICT-toepassingen.  Rutger Bregman van de Correspondent schreef hierover een artikel met de titel De Grote Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo.

Bejubeld worden ze, zo schrijft Bregman: de ‘innovatieve start-ups’ die vanuit Nederland de wereld veroveren. Maar als je ziet voor welke problemen deze bedrijven oplossingen bedenken, rijst de vraag: waarom eigenlijk?

Op de internationale innovatiecampus komen kennis, allerlei vakgebieden en ambitieuze mensen bij elkaar die maatschappelijke problemen willen oplossen. Zo ontstaat weer nieuwe kennis, samenwerking en nieuwe mogelijkheden. Door de verzamelingen van mensen, kennis, creativiteit en ambitie ontstaat een brandpunt van dynamiek en ruimte voor vernieuwing.

Wat is het doel van de internationale innovatiecampus

Het doel van de campus is:

  • Aanzienlijk meer buitenlandse studenten naar Amsterdam trekken
  • Creatieve, innovatieve en ondernemende studenten met een grote mix aan studierichtingen in de campus huisvesten (studenten moeten ‘solliciteren/motiveren’ om toegelaten te worden)
  • Afgestudeerde (internationale) studenten faciliteren om een bedrijf te starten
  • Een internationale ontmoetingsplaats voor wetenschappers, designers, bezoekers uit de hele wereld realiseren
  • Een nieuwe aantrekkelijke, internationale wijk in het centrum met innovatieve mode- en designwinkeltjes, ateliers, etc. ontwikkelen.

Verdeelsleutel en criteria

Voor het toewijzen van woon- en werkruimten aan creatieve, innovatieve en ondernemende studenten en starters kan een bepaalde verdeelsleutel worden gehanteerd. Bijvoorbeeld 30% Nederlandse studenten, 40% buitenlandse studenten en 30% veelbelovende starters. Studenten worden niet zomaar toegelaten. Zij worden geselecteerd op basis van hun passie om een bijdrage te leveren met hun studie aan een betere wereld.

Veder kunnen aan de hand van selectiecriteria -zoals bijvoorbeeld de kwaliteit van een businessplan- talentvolle afstudeerders worden gefaciliteerd. Het is belangrijk voor de kennisdeling en versnelling van het innovatieproces dat in de wijk een mix wordt gehuisvest van studenten die (medische) technologie, life & neuro sciences, informatica, design, etc. studeren. Want diversiteit van disciplines, talent, passies en ervaringen is een belangrijke voorwaarde voor creativiteit, innovatie en ondernemerschap.

In het begin zal er sprake zijn van organische groei en zullen de criteria flexibel worden gehanteerd om de woonruimtes vol te krijgen in het geval er nog te weinig buitenlandse instroom op gang is gekomen. Dit kan door buiten de categorie en criteria vallende studenten een tijdelijk huurcontract te geven. Maar het realiseren van het doel -meer talentvolle buitenlandse studenten aantrekken- heeft prioriteit. Omdat dit van groot belang is voor de ontwikkeling van Amsterdam

internationale innovatiecampus wild projects

Gezamenlijk aan de slag

De campus kan een gezamenlijk project en investering worden van de gemeente Amsterdam, de UVA, VU, enkele nieuwe universiteiten, de HVA, AMC, VUmc, kennisinstellingen en investeerders zoals de Pensioenfondsen ABP en PGGM, commerciële investeerders en woningbouwcorporaties zoals de Key.

Om de risico’s te verdelen kunnen blokken van de compacte wijk door verschillende partijen worden ontwikkeld. Wel zullen de gehanteerde doelen, opzet, karakter, architectuur en de criteria door alle betrokken partijen gedeeld en nageleefd dienen te worden.

“Het aantrekken van meer buitenlandse (top)studenten (…) is een speerpunt van onze gezamenlijke inzet samen met de Board (Amsterdam Economic Board) de komende periode.” Louise Gunning, collegevoorzitter UvA en HvA.

Waarom is de internationale innovatiecampus voor Amsterdam een noodzaak?

  1. Klimaatverandering, matige leefbaarheid in steden en spanningen in de samenleving vragen om grotere inspanning om problemen aan te pakken. Talent uit binnen- en buitenland is nodig om deze uitdaging te kunnen oppakken.
  2. Door de globalisering vindt het proces van kennisontwikkeling en -toepassing veel sneller plaats. Het faciliteren van excellente leer-, ontwikkel- en maakplekken is een noodzakelijke voorwaarde daarvoor.
  3. Kennistoepassing vindt efficiënter en effectiever plaats in steden met veel ontmoetingsplekken, broedplaatsen, tijdelijke, experimentele locaties zoals De Ceuvel, internationale kennisinstellingen, onderzoekscentra zoals Sarphati Institute, maakacademies zoals Design Academie Eindhoven, intermediaire organisaties zoals Mediamatic en Pakhuis de Zwijger, en vooral ook door bottom up initiatieven gefaciliteerd door de lokale overheid.
  4. De relatie tussen universiteiten en samenleving is nog vrij onderontwikkeld. De moderne wetenschapper leeft in een naar binnen gekeerde wereld, mijdt het publieke debat en is vooral bezig met het schrijven van onderzoeksaanvragen en artikelen voor vakgenoten.[1] Een grote internationale campus met ondernemende studenten en start-ups kan zorgen dat wetenschappers zich meer gaan richten op kennistoepassing.
  5. Meer creatieve en innovatieve experimenten, start-ups en bedrijven zijn nodig om de ontwikkeling richting circulaire economie en een gezonde, sociale en slimme, clean tech stad te versnellen. De internationale innovatiecampus stimuleert dit innovatieve proces.
  6. Amsterdam heeft een grote achterstand voor het aantrekken van buitenlandse studenten. Volgens de Class of Amsterdam trekt de stad “ieder jaar 1,2 miljoen jonge toeristen, maar maakt nauwelijks plaats voor buitenlandse studenten. In een vergelijking tussen negen Europese steden is Amsterdam de minst internationale studentenstad. De achterstand van Amsterdam op andere steden groeit de komende jaren.” Bron persbericht via http://classof2020.nl/amsterdam-university-capital/
  7. Amsterdam heeft minder internationale studenten. Met 6.750 internationale studenten (6,6%) blijft Amsterdam onder het niveau van vergelijkbare Europese steden. Londen is in Europa koploper met ruim 100.000 studenten uit het buitenland, maar ook steden als Kopenhagen, Berlijn, Madrid en Wenen hebben ieder ruim driemaal zoveel internationale studenten als Amsterdam. Ook binnen Nederland is het aandeel internationale studenten lager dan gemiddeld. Bron: rapport Wordt Amsterdam de University Capital van Europa? Internationaal Hoger Onderwijs als economische motor? Aanbevelingen van The Class of 2020 Conferentie aan de stad Amsterdam. Februari 2014.
  8. Volgens dezelfde bron: Als de stad het aantal internationale studenten zou weten te verdubbelen dan zorgt dit voor een pool aan internationaal talent die de economie hard nodig heeft. Het levert duizenden banen, miljoenen aan investeringen en honderden mogelijke nieuwe startups op. Maar zelfs met een verdubbeling hoort Amsterdam bij de achterhoede van Europa.
  9. Afgestudeerde internationale studenten willen graag blijven, maar vinden onvoldoende aansluiting naar werk en ondernemerschap. Het actief koppelen van studenten aan bedrijven via stages en het ondersteunen van startups verhoogt de kans op een langdurig verblijf in de stad. Zie bron via http://issuu.com/buenagente/docs/the_class_of_2020_magazine_report_20110914_m. Ook uit onderzoek van Bureau Broedplaatsen blijkt dat bijvoorbeeld internationaal talent van de Rietveld Academie vertrekt omdat er onvoldoende betaalbare woon- en werkruimte is.
  10. Amsterdam groeit de komende tien jaar naar verwachting met 60.000 inwoners (tot 2040 komen daar nog zo’n 100.000 bij). Indien er geen aparte internationale campus wordt gebouwd zal de druk op de woningmarkt nog verder stijgen en zal Amsterdam er waarschijnlijk niet in slagen het aantal buitenlandse studenten te laten stijgen.
  11. Amsterdam loopt in vergelijking met Londen en andere Europese steden extra werkgelegenheid en inkomsten mis. Elke internationale student creëert ongeveer eenderde lokale baan en 10.000 euro aan extra economische activiteit. Internationale studenten zorgen daarnaast voor meer bezoekers. Ook de extra dynamiek en sociale mobiliteit zal de stad dan mislopen.

Growth of the student population of the Netherlands and Amsterdam between 2007 and 2013. The percentage of foreign students in Amsterdam grew less rapidly than for the Netherlands as a whole. Bron: Nuffic, 2014

internationale innovatiecampus wildprojectsAantrekkelijke studies voor buitenlandse studenten en experimentele vrijplaatsen

Om meer buitenlandse studenten te trekken zal Amsterdam op technologie-ontwikkeling en -toepassing gerichte studies moeten aanbieden. Het gaat bijvoorbeeld om:

Medische technologie: combinatie van neuroscience, life sciences, medische technologie, onderzoeksinstituten zoals AVL en MESA+ nanotechnology research institute (Twente) en bedrijven zoals Philips medische technologie en start-ups op de Internationale InnovatieCampus (IIC)

Circulaire economie, klimaatverandering en stad van de toekomst: combinatie van onderzoek, stedelijke- & technologie-ontwikkeling door samenwerking tussen universiteiten en HBO’s, AMS Institute (Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions), bedrijven, start-ups en het toepassen van nieuwe concepten en technologie op experimentele locaties en test beds in Amsterdam (zoals de Ceuvel) en Almere Floriade en Oosterwold.

Compared with the other cities, Amsterdam has few international students. In 2020 the difference is even greater. Bron: Studentmarketing, Wenen

internationale innovatiecampus IIC wildprojects


[1] Universiteit blinkt uit in opschepperij. Interview met Henk Wesseling over perverse prikkels in het universitair onderwijs en onderzoek. De Volkskrant 12 april 2014

Voor meer informatie over campusontwikkeling www.campus.uva.nl

Artikel van Rutger Bregman https://decorrespondent.nl/2516/De-Grote-Disruptive-Start-up-Out-Of-The-Box-Co-Creation-in-the-Cloud-Bullshit-Bingo/213909907376-05eb134d

Essay Agenda Stad https://webmail.xs4all.nl/?_task=mail&_action=get&_mbox=INBOX&_uid=13980&_part=2

Share

Verkiezingen en wat dan?

Verkiezingen vandaag voor de gemeenteraden in Nederland. U gaat vast stemmen. Maar wat gaan de lokale politici morgen doen? Hoe kunnen ze de vastgelopen motor weer aan de praat krijgen? Je ziet overal dat burgers het heft in eigen handen nemen. Er is een nieuwe economie van onderop aan het ontstaan. Het zou echter veel sneller kunnen gaan als daarvoor voldoende ruimte is. Alleen al in Amsterdam zijn duizenden jongeren op zoek naar betaalbare woon- en werkruimten. Het wordt tijd dat de nieuwe gemeentebesturen gaan zorgen voor dynamiek aan de onderkant van de samenleving. De bewoners willen, nu de politici nog. Met het onderstaande lijstje kunnen ze voor mij en vele anderen vanaf morgen aan de slag gaan.

verkiezingen

 

Share

Gemeente, faciliteer de economie van onderop

Gemeenten kunnen veel meer dan nu gebeurt de economie van onderop stimuleren en faciliteren. Waarom deze oproep?

De sombere perspectieven op de arbeidsmarkt roepen de vraag op waar nog wel groei is van werkgelegenheid. Deze vraag stond in de kop boven een artikel in De Volkskrant van 29 januari 2013. Massa-ontslagen bij banken, verzekeringsbedrijven en in de uitgeverij, geen opdrachten in de bouw, fabrieken die hun poorten sluiten en amper vacatures voor net afgestudeerde jongeren. Ook de detailhandel heeft het zwaar door de crisis. Je ziet het aan de leegstaande winkels. Bovendien verandert door internet het koopgedrag.

De werkgelegenheid zal de komende vijf tot tien jaar niet groeien, aldus arbeidsmarkt specialisten. Tien jaar geleden werden nog ernstige tekorten voorspelt. Maar door de bankencrisis, de bezuinigingen, de huizen- en bouwcrisis, de hoge schulden, lagere inkomens daalt de binnenlandse vraag. Bovendien blijven ouderen langer werken en daarmee valt de vervangingsvraag van nieuwe instromers tegen.

Er blijft dus niet veel anders over dan zelf werk te creëren. Daarom de oproep aan gemeenten om jongeren te stimuleren een eigen bedrijf te starten. Gemeenten kunnen dit faciliteren door betaalbare werkruimten beschikbaar te stellen om te experimenteren, samen te werken, etc.

Do it yourself & work together beweging

De vraag naar goedkope woon- en werkruimte in grote steden is enorm. Amsterdam heeft al 50 broedplaatsen wild projects 3D printervoor creatieve bedrijven maar dat is nog steeds veel te weinig. Steeds meer mensen willen zelf aan de slag om de wereld mooier, duurzamer en socialer te maken. Dit kan variëren van het maken van apps, opzetten van pop-up winkels, stadstuinen en buurtrestaurants (hotspot hutspot in Rotterdam), de tijdelijke invulling van een leegstaand gebouw, het samen bouwen van woningen en het ontwerpen en maken van voorwerpen met 3D printers. Deze beweging van onderop tref je aan in steden, zoals Berlijn, New York, Amsterdam en Eindhoven.

Wat zijn de kenmerken van deze do it yourself & work together economie?

  • het zijn vaak jonge, creatieve en innovatieve ondernemers die hun talenten, kennis en krachten delen en bundelen en
  • uitblinken in het nemen van initiatieven en deze samen met sociaal kapitaal uitvoeren
  • of de ontwikkeling van een product met crowd funding financieren
  • verschillende kennisvelden met elkaar integreren en
  • hun producten en diensten met nieuwe vormen van creativiteit weten te vermarkten (bijv. pop-up stores, tijdelijke locaties)
  • vaak maken ze gebruik maken van wat er al is, zoals gebruikte materialen (sloophout) of ontwikkelen nieuwe materialen, zoals bioplastics (circulaire economy)
  • veel starters zijn verbonden met en spelen in op de behoefte van de lokale/sociale omgeving
  • ze maken gebruik van nieuwe technologieën en de nieuwe maakindustrie (3D cutters en printers in bijv. iFabrica)
  • het is vaak maatwerk en innovatieve / duurzame maakprocessen (de Fair Phone)
  • ze opereren in broedplaatsen en oude industriële gebouwen met nieuwe, coöperatieve werkgemeenschappen en
  • organiseren multi-project activiteiten (zoals het fysieke platform NDSM; maar ook met virtuele platforms). 

Belangrijk is ook de rol van organisaties zoals Mediamatic, Pakhuis de Zwijger en Dutch Design Week die innovatie in Amsterdam en Eindhoven stimuleren.

De beweging van onderop is in het onderstaande schema als onderste laag toegevoegd aan de bestaande economische structuur.

wild projects
nieuwe economische structuur
Hoe kan een gemeente do it yourself & work together stimuleren?
Gemeenten kunnen dit op de volgende manier doen:
Zorg voor betaalbare werkruimten (ca. 300 – 400 € per maand)
Goedkope werkruimten zijn cruciaal voor de opkomst en groei van de economie van onderop. Belangrijk is ook dat de gebouwen in de buurt staan van kennisinstituten, het uitgaansleven, betaalbare woningen en culturele instellingen. De meeste starters beschikken niet over startkapitaal en hebben geen geld voor hoge huren, luxe middelen, dure kantoorinrichtingen en lease auto’s. De ‘do it yourself & work together’ ondernemers moeten het geld dat ze hebben, kunnen investeren in de noodzakelijke productiemiddelen.
Den Haag stimuleert de creatieve sector
Creatieve Stad Den Haag is het programma van gemeente Den Haag, dat de creatieve sector stimuleert en promoot. Het programma heeft 2 zwaartepunten: de economische duurzaamheid van creatieve initiatieven en de zichtbaarheid van de creatieve sector.
De Creatieve Stad Den Haag ziet graag dat creatieven ook succesvol ondernemer worden. Hun ideeën en initiatieven moeten leiden tot een inkomen. Dat stimuleert de Creatieve Stad Den Haag op allerlei manieren. Hoe? Bijvoorbeeld met een subsidie. Ook heeft Den Haag een aantal creatieve panden waar ondernemers tegen een gunstige prijs werk- of atelierruimte kunnen huren.
Wat gebeurt er in Almere?

Almere heeft één broedplaats voor de creatieve sector in het gebouw De Voetnoot. Verder zijn er twee commerciële broedplaatsen voor mkb-bedrijven en zzp’ers. Voor starters zijn er nauwelijks mogelijkheden. Almere heeft veel leegstand maar dit zijn relatief nieuwe gebouwen. De huren zijn veel te hoog voor starters en beginnende bedrijfjes. Een aanzienlijk deel van de jongeren studeert in Amsterdam, Utrecht, Delft en Twente. De vraag is hoe deze jongeren verleid kunnen worden om in Almere een bedrijf te starten. Een lage huurprijs en begeleiding van de start-ups kunnen helpen om dit aantrekkelijk te maken. Andere ingrediënten om de economie van onderop te stimuleren, kunnen zijn: een fonds voor start-ups en een gebouw in het centrum van Almere-Stad waar de jonge ondernemers aan de slag kunnen gaan.

wild projects - 10 start-ups

Share

Ophokken van studenten

Ophokken van studenten: zeven studenten op een etage in Amsterdam

De Volkskrant van 4 december 2013 meldt dat het voor vastgoedondernemers lucratiever is om een etage te verhuren aan zo veel mogelijk studenten dan te verkopen. Voor vier studenten op een kleine etage vangen ze 2000 euro huur per maand. Op een andere etage wonen zeven studenten die samen 3500 euro per maand betalen, zo staat in hetzelfde artikel. Op internet zijn legio voorbeelden te vinden van uit de hand gelopen prijzen. Zo is in de Titus van Rijnstraat een kamer van 11 m2 te huur voor 552 euro per maand. Kijk maar eens op www.kamernet.nl.

wild projects
screen shot website www.kamernet.nl

De Amsterdammer Joris van Minnen begint in juni een actie tegen het ophokken van etages tot kleine studenteneenheden. In De Volkskrant: ‘Als je de pandjesbazen hun zin geeft, worden straks alle woningen in de buurt van het centrum kamertje voor kamertje verhuurd en kunnen gewone Amsterdammers een huurhuis niet meer betalen’.

Het is van groot belang dat er voor de onderkant van de huurmarkt fatsoenlijke en betaalbare woon- en werkruimten worden gebouwd. Niet alleen uit fatsoen, maar ook voor de economie is dat belangrijk. Jonge mensen kunnen vaak alleen een bedrijf starten als zij een relatief goedkope woon- werkruimte kunnen huren. In de blog over Broedplaats 2.0 is hiervoor een aanzet gegeven.

 

Share

Broedplaats 2.0

Broedplaats 2.0 kan een antwoord zijn op de grote vraag naar goedkope woon- en werkruimte. Voordat we het plan voor Broedplaats 2.0 presenteren vertel ik eerst iets over de aanleiding voor dit idee.

Energiesubsidies verzwakken Nederlandse economie

De regering subsidieert de traditionele sectoren met miljarden euro’s per jaar. Dit remt de transitie naar een duurzame economie. Het verzwakt bovendien de economie. De bedrijven in deze sectoren hoeven door de riante subsidies niet te investeren in het duurzamer maken van hun productietechnologie. Vanuit geo-strategisch perspectief is het niet zo verstandig om Nederland zo afhankelijk te laten zijn van de leveranciers van fossiele brandstoffen. De ruzies tussen Nederland en Rusland laten zien waar dit toe kan leiden.

wild projects
90 bedrijven goed voor twee derde CO2 uitstoot
Do it yourself

Ondanks de recessie en het kabinetsbeleid is er iets opmerkelijks aan de gang. Er zijn steeds meer burgers die initiatieven nemen. Dit gebeurt in broedplaatsen in de grote steden, op tijdelijke lege plekken of zelfs op onverwachte momenten met zogenaamde pop-up activiteiten. Deze ontwikkeling van onderop wordt vaak aangeduid als de do it yourself economie (1). Vaak werken mensen in een wijk samen met het aanleggen van een stadstuintje of het runnen van een tijdelijk buurtcafé in een leegstaande school. Veel jongeren willen hun eigen werk creëren en zoeken daarvoor goedkope werkplekken.

Een signaal dat deze beweging groeit is de grote vraag naar goedkope woon- en werkruimten in de grote steden. Vooral de vraag naar een woning met een werkruimte is groot. Ik beschouw deze ontwikkeling van onderop als een nieuwe, waardevolle toevoeging aan onze samenleving. Daarbij heb ik de indruk dat politiek Den Haag dit fenomeen nog niet goed in de gaten heeft. Gelukkig stimuleren en faciliteren gemeentebesturen van steden als Eindhoven en Amsterdam deze ontwikkeling van onderop al volop.

In het schema hieronder heb ik de do it yourself economie als nieuwe laag toegevoegd aan de bestaande economische structuur. Weliswaar aan de onderkant maar de bedrijfjes zorgen voor veel dynamiek en leveren (op termijn) ook een bijdrage aan de innovatie in de economie daar boven.

wild projects
nieuwe economische structuur
De lerende economie ontstaat van onderop

Op kunst, kunstonderwijs en cultuur is hard bezuinigd, terwijl creativiteit steeds belangrijker wordt om nieuwe producten te kunnen ontwikkelen. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) stelt dat onderwijs Nederland uit de achterstandspositie moet halen. Beter onderwijs zorgt namelijk voor een hogere productiviteit, die weer nodig is om Nederland in economische opzicht uit de opgelopen achterstand te halen.

In de vorige blog heb ik geschreven dat ik niet geloof dat ‘de politiek’ in staat is om de kwaliteit van het onderwijs top down te verbeteren. Dit is de afgelopen decennia ook niet of nauwelijks gelukt. Daarom denk ik dat het effectiever is om de beweging van onderop te faciliteren. Veel creatieven en startende ondernemers werken samen en leren van en met elkaar. Organisaties als Pakhuis de Zwijger zijn aanjagers van de economie van onderop. In de broedplaatsen ontstaan vanuit het experiment nieuwe, slimme producten, diensten en effectieve werkprocessen. Daarmee is aan de onderkant van de ‘traditionele’ economie al een lerende economie ontstaan. Als nog meer mensen de mogelijkheid krijgen om hieraan mee te doen zal deze dynamiek van grote waarde worden voor MKB en grote bedrijven.

Broedplaats 2.0: het idee

Broedplaats 2.0 is een broedplaats én innovatiecentrum, wonen én werken bij elkaar, met ontmoetingspleinen, kookplaatsen, indoor- en daktuinen, fitness en sportzalen, pleintjes met café en gemeenschappelijke eetkeuken, werkplaatsen, ateliers en werkruimten in flexibel in te richten gebouwen op basis van vraag naar wonen en werken, in een groene omgeving dicht bij het stadscentrum.

Voor ambitieuze, creatieve, talentvolle, ondernemende mensen die dromen van een betere wereld en willen samen werken op een experimentele en pragmatische wijze aan het ontwikkelen en produceren van innovatieve producten en diensten.

De tekening hieronder geeft een beeld van een indeling van een broedplaats 2.0. Andere variaties zijn ook mogelijk.

wild projects
flexibel in te delen Broedplaats 2.0

Duizenden mensen vragen woon- en werkruimte om zelf aan de slag te kunnen gaan. De do it yourself economie is in de grote steden snel aan het groeien. In de oude industriële gebouwen ontstaat een nieuwe stedelijke maakindustrie. Steden als Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam faciliteren dit met het beschikbaar stellen van leegstaande gebouwen.

Maar door de grote vraag naar betaalbare woon- en werkruimten blijft de vraag veel groter dan het aanbod. Dit biedt kansen voor bijvoorbeeld Almere. Er zijn geen oude industriële gebouwen en nieuwe leegstaande gebouwen zijn te duur voor creatieven en starters. Maar Almere kan met het bouwen van nieuwe broedplaatsen 2.0 snel inspelen op de do it yourself economie. Almere kan dan mee profiteren van mensen die zelf producten en diensten creëren.

Met relatief goedkope huren kan Almere talentvolle en ondernemende Amsterdammers verleiden aan de slag te gaan in een Almeerse Broedplaats 2.0!

De broedplaatsen kunnen op basis van de vraag naar woon- en werkruimte flexibel worden ingericht. Als een broedplaats volstroomt, kan met de bouw van een nieuwe broedplaats worden gestart. Zo kan er een creatieve innovatiewijk ontstaan vol met bedrijvigheid.

wild projects
vier broedplaatsen 2.0 bij elkaar in een innovatiewijk
wild projects
een impressie van het ‘pakhuis’ Broedplaats 2.0

(1) De do it yourself economie heeft niet dezelfde betekenis als het begrip participatiesamenleving, dat door het huidige kabinet is gelanceerd. Het eerste is de beweging van onderop waarbij burgers samenwerken om ‘de wereld beter, duurzamer en leuker te maken’. Het tweede kan worden gezien als een -van boven opgelegde- boodschap van het kabinet dat de overheid verwacht dat burgers mee gaan helpen met het verlenen van zorg aan familie en buren. De vraag is of het kabinet met het verkondigen van de participatiesamenleving maatschappelijke betrokkenheid kan stimuleren. Of kan afdwingen door te bezuinigingen op de zorg. 

Hoe kunnen we dit realiseren?

Wordt vervolgd met nieuwe blog met toelichting over de onderstaande optie voor een aanpak.

wild projects

Share

Nederland staat stil

Nederland staat stil, loopt achter en is in slaap gedompeld. Ons land dreigt de aansluiting met economieën te verliezen waar wel een duidelijk plan voor de toekomst is. De medicijnen loonmatiging en arbeidsparticipatie zijn uitgewerkt. Het politieke debat in Den Haag is verzand en is sterk verbonden met de energie consumerende industrie. Deze industrie krijgt jaarlijks rond de 6 miljard euro aan energiesubsidie. Niet vreemd dat de greentech industrie in Nederland maar niet van de grond komt. Premier Rutte slaat zich op zijn liberale borst omdat hij zo trots is dat hij geen visie  heeft. Hij kent niet eens de betekenis van het begrip visie want hij vergelijkt het met een blauwdruk.

wild projects
Shell Pernis

In navolging van Zuid-Korea, Singapore en Finland moet geïnvesteerd worden in onderwijs voor jong en oud, zegt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).  De grootste vooruitgang om Nederland uit de impasse kan halen is meer productiviteit. Dit kan vooral worden behaald met beter onderwijs. De WRR zet ook grote vraagtekens bij het ‘topsectorenbeleid’ en de overheidssteun aan research & development. Ook hier gaat het vooral om het subsidiëren van de traditionele grote spelers in de Nederlandse economie. Voor het verdienvermogen is het belangrijker te investeren in de productiviteit van de werknemer. In essentie betreft dat de kwaliteit van alles wat met kennisoverdracht te maken heeft. Kenniscirculatie –zorgen dat kennis op de juiste plek komt-  is daarbij belangrijker dan het ontwikkelen van nieuwe kennis.

Lerende economie

We kunnen niet voorspellen waarmee we over een jaar of tien een goede boterham kunnen verdienen. Het beleid zou zich daarom moeten richten op onderwijs, kenniscirculatie en productiviteit. De WRR stelt dat het de hoogste tijd is om de bakens te verzetten en pleit voor het ontwikkelen van een lerende economie. Daarvoor moet de kwaliteit van het onderwijs worden verbeterd.

Ik ben het geheel eens met de analyse van de WRR. Eigenlijk is de visie van de WRR niet zo nieuw, want dergelijke pleidooien zijn ook in de jaren negentig gehouden. Toen noemden we het de kenniseconomie. Ik geloof echter niet dat de politieke partijen in Den Haag in staat zijn om afstand te nemen van de VNO/NCW en de traditionele economische sectoren. Ook dit bezuinigingskabinet blijft de economische sectoren subsidiëren met miljarden euro’s. Daarnaast hebben politici in de afgelopen decennia bewezen niet in staat te zijn om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren.

Hoe dan wel?

De remedie voor verandering kan ontstaan in de do it yourself samenleving. Door zelf initiatieven te nemen en activiteiten te ontplooien, kunnen creatieve burgers en ondernemers met elkaar zorgen voor kenniscirculatie en innovatie. Wachten tot Den Haag begrijpt dat het anders moet, kan nog vele jaren duren. Het is te vergelijken met een tanker die naar de Rotterdamse haven moet, maar waarvan de stuurman pas bij IJmuiden begint te sturen. Politici van de VVD, CDA en PvdA dienen vooral de belangen van grote industriële bedrijven en de landbouw. Voor het MKB hebben ze overigens ook een aardige subsidieregeling bedacht. Maar er is een geheel nieuwe ontwikkeling gaande, namelijk de honderden experimentele bedrijfjes die in de schaduw van de oude economie opereren. De  volgende structuur is zich aan het ontwikkelen:

  • Bedrijven in de traditionele sectoren (vaak grote energie verbruikers)
  • Innovatieve bedrijven zoals ASML, Philips, DSM, Tom Tom, etc.
  • MKB bedrijven
  • ZZP’ers (flexibele schil)
  • Starters, creatieven, kunstenaars, experimentele bedrijven, app-makers, designers en collectieven (do it yourself economie).

Faciliteer de do it yourself economie

Ik denk dat de lerende economie via de Den Haagse politiek niet of zeker niet op korte termijn wordt gerealiseerd. Gelukkig wordt ‘leren van elkaar en met elkaar’ al in praktijk gebracht in de do it yourself economie. Kunstenaars, technici en wetenschappers werken samen aan de creatie van innovatieve producten en diensten en hebben bijvoorbeeld de 3D printer ontwikkeld. Dit apparaat zorgt voor een nieuwe industriële revolutie en voor terugkeer van de industrie naar de stad (zie eerdere blogs). Er is nog een andere ‘gelukkige’ ontwikkeling. Lokale politici in Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven beschouwen deze ontwikkeling van onderop als waardevol en faciliteren deze daarom ook. Maar daar kan nog wel een tandje bij worden gezet. Zo vragen tienduizenden Amsterdammers om betaalbare woon- en werkruimte om aan de slag te kunnen gaan. Er staan honderden gebouwen leeg dus waar wachten we op. Met een paar miljarden van de achterhaalde energiesubsidie kunnen deze gebouwen worden ingericht als broedplaatsen voor creatieve, ondernemende burgers. De samenleving krijgt de lerende economie dan cadeau.

wild projects
Now Future DDW 2013

 

Toelichting

Volgens het Internationaal Energie Agentschap IEA zijn de energiesubsidies een ‘aanmoediging tot kostbare verspilling’ van fossiele energie. Bron: De Volkskrant 13 november 2013 – www.volkskrant.nl

In het rapport World Energy Outlook (WEO-2013) staat het volgende bedrag over deze subsidie: One such barrier is the pervasive nature of fossil-fuel subsidies, which incentivise wasteful consumption at a cost of $544 billion in 2012. http://www.iea.org/newsroomandevents/pressreleases/2013/november/name,44368,en.html

 

Share

Stop leegstand in Almere

Hoeveel Almeerders zijn op zoek naar betaalbare woon-, werk- en ontspanningsruimte? In Amsterdam zijn al tientallen broedplaatsen die vol zitten met zzp’ers, kunstenaars, designers, architecten, creatieve wetenschappers, technici en ict’ers. Zij werken vaak samen aan het ontwerpen en produceren van nieuwe, innovatieve producten en diensten. Er worden experimenten uitgevoerd met nieuwe, duurzame materialen en geavanceerde technologie, zoals 3D printers.

Maar volgens Urban Resort en andere beheerders van broedplaatsen zijn nog tienduizenden Amsterdammers op zoek naar betaalbare ruimten. Duizenden gebouwen in Amsterdam staan leeg, meer dan 200 van deze gebouwen zijn van de gemeente zelf.

Ook in Almere staan veel gebouwen leeg, ook van de gemeente. Bijvoorbeeld scholen, die erg geschikt zijn voor gebruik door kleine bedrijven en creatieve bewoners/ondernemers. Met een bedrag van 100.000 euro per jaar kan de gemeente 40 units van ca 20-25 m2  beschikbaar stellen. Met dit budget kunnen we de do it yourself economie ook in Almere van de grond krijgen. Dan kunnen creatieve en ondernemende burgers met een aantal gelijkgestemden zelf iets op poten zetten.

Amsterdamse organisaties hebben de volgende petitie opgesteld.

Stop leegstand

1000-den gebouwen in Amsterdam staan leeg, meer dan 200 van deze gebouwen zijn van de gemeente zelf. Tienduizenden Amsterdammers zijn op zoek naar betaalbare woon/werkruimte. Maar Amsterdam zit op slot. Maak Amsterdam weer tot de stad waar alles kan en stel deze leegstaande panden ter beschikking!

wild projects
leegstaande gebouwen in Almere

PETITIE

Wij

Wij zijn vrije ruimtes in de stad, actief op het gebied van creatieve
invulling van leegstaande panden en gebieden: Stichting Urban Resort; De
Vrije Ruimte en de Culturele Stelling van Amsterdam. Zij verenigen de
NDSM-werf, Ruigoord; Landjuweel; ADM; Op de Valreep; Plantage Doklaan;
Slangenpand; Forteiland Pampus; 1800 Roeden; Bajesdorp; Buurtboerderij;
Fort Vijfhuizen; Heesterveld; Het Domijn; Het Veem; Kattenbak; Krux; Nieuw
en Meer; OT301; Pand 14; Rijkshemelvaart; Vondelbunker; Tetterode; Villa
Friekens; Zaal 100; Mobile Arts (Parade)

constateren

Duizenden gebouwen in Amsterdam staan leeg, meer dan 200 van deze gebouwen zijn van de gemeente zelf. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren flink zal toenemen. Tienduizenden Amsterdammers zijn op zoek naar betaalbare woon-, werk- en ontspanningsruimten maar Amsterdam zit op slot. Het invullen van de structureel leegstaande gebouwen komt nauwelijks op gang en werkt verloedering in de hand. Het wordt tijd dat het slot er af gaat en de stad wordt opengebroken. Om te beginnen met het leegstaande vastgoed van de gemeente zelf.

en verzoeken

de gemeente om deze leegstaande panden ter beschikking te stellen. Vooral voor activiteiten die er zonder grote ingrepen op korte termijn in kunnen trekken. Daarmee kunt u uw eigen vastgoed behoeden voor verloedering, de rentelasten drukken, nieuwe mogelijkheden verkennen, de eigenaarslasten minimaliseren, wijken verlevendigen, bewoners verantwoordelijkheid geven over hun eigen omgeving en zo de creativiteit in de stad tot volle bloei laten komen.

Deze petitie kunnen bewoners en startende ondernemers ook opstellen en naar het gemeentebestuur van Almere sturen.

———————————————————————————–

Informatie over de petitie via:

http://www.urbanresort.nl/project/detail/Volkskrantgebouw/3

http://www.ndsm.nl/

Share

Faciliterende gemeenten voorkomen nieuwe crisis

Faciliterende gemeenten helpen kunstenaars, industrieel ontwerpers, creatieve bedrijven en zzp’ers door het beschikbaar stellen van leegstaande gebouwen

Burgers en kleine bedrijven nemen steeds meer het heft in eigen handen. Ze wachten niet af tot de overheid met nieuwe beleidsinitiatieven komt, maar gaan zelf aan de slag. Dit zie je op grote schaal gebeuren in steden als New York, Kopenhagen, Berlijn en Amsterdam. Deze steden kennen al een lange geschiedenis van initiatieven van onderop. Wat begon met het kraken van leegstaande gebouwen wordt door de crisis beleid om leegstaande gebouwen opnieuw te gebruiken. De grootste broedplaats van Europa, het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord werd decennia geleden gekraakt en is uitgegroeid tot een gewilde plek in Amsterdam. Bedrijven als Hema en VNU hebben er hun hoofdkantoren neergezet. Een recente ontwikkeling is het creëren van tijdelijke functies op een lege plek in de stad of in een leeg gebouw. Gemeentebestuurders faciliteren dit omdat ze inzien dat tijdelijke projecten ook waarde opleveren. In Amsterdam zijn tientallen broedplaatsen waar honderden kunstenaars en creatieve bedrijven relatief goedkope ruimten huren. Maar er zijn ook nog gemeenten waar dit zeer moeizaam gaat. Bestuurders en ambtenaren begrijpen blijkbaar nog onvoldoende wat de betekenis en meerwaarde van de creatieve bedrijvigheid van burgers kan zijn. In steden als New York, Berlijn en Amsterdam ontstaat in de oude stad de nieuwe stad. In verlaten industriële gebouwen ontwikkelen kunstenaars, architecten, creatieve academici en zzp’ers nieuwe producten. Met laser cutters en 3D printers fabriceren ze unieke, eenmalige  producten. Zo ontstaat in de oude, door de ‘moderne’ economie verlaten stad een nieuwe industriële revolutie.

Nog meer Blokkers?

Veel gemeenten denken en handelen nog steeds alsof er geen banken- en eurocrisis is geweest. Ze zijn vooral bezig met weer een nieuw winkelcentrum en het binnenhalen van de zoveelste Blokker. Gelukkig zijn er ook steden die kunstenaars, industrieel ontwerpers, creatieve bedrijven en zzp’ers helpen met het beschikbaar stellen van leegstaande gebouwen. Met relatief goedkope huren werken creatieven en kleine bedrijven in voormalige industriële gebouwen. Zo ontstaat in de oude stad de nieuwe stad. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde speelt zich af in het gebied tussen vrije kunst en techniek. Met computergestuurde machines zoals 3D printers ontstaat er een nieuwe, stedelijke industrie. Met het faciliteren van creatieve en innovatieve initiatieven van onderop kunnen gemeenten voorkomen dat het gat van 6 miljard een nieuwe crisis wordt.

Een uitgebreide blog wordt in oktober gepubliceerd op www.jansenverder.nl

Share

De bottom-up stad

De bottom-up stad is in volle ontwikkeling

Op 12 juli las ik in een email van Pakhuis de Zwijger over ‘Mensen maken de stad’ het volgende: ‘De nieuwe stad wordt niet gepland vanuit directiekamers van projectontwikkelaars en beleidsmakers, maar gemaakt door al die kleine en grote initiatieven waar bewoners iedere dag weer samen aan bouwen. Want juist die initiatieven geven de stad en haar bewoners hun energie, hun unieke karakter en hun gevoel bij elkaar te horen.’

In de email staan de volgende inspirerende onderwerpen: ‘Veel initiatieven gingen over eerlijk eten. Het devies: meer bewustwording, terug naar eigen regio en duurzamer geproduceerd. Van een gastronomische do-it-yourself-supermarkt waar bewoners zelf hun producten mogen komen bewerken tot de Tostifabriek waarin midden in de stad – van de varkensslacht tot het smeren – het hele proces van tosti’s maken wordt gedemonstreerd. En recent nog:  DAMn Food Waste , die met vijfduizend gratis maaltijden op het Museumplein aandacht vroeg voor de grote hoeveelheden voedsel die wij ieder jaar weer in de kliko gooien.

Mensen maken de stad ook met stenen: zelfbouw is een serieuze concurrent aan het worden van corporaties en projectontwikkelaars. Ga maar eens kijken in de Houthavens , op IJburg of op het  Zeeburgereiland (of in Almere-Poort). Een veelbelovende oplossing voor de gestagneerde woningbouwsector.

wild projects
winnaar mooiste zelfbouwhuis Almere Poort

Initiatiefrijke bewoners maakten ook slim gebruik van de grote leegstand in de stad. Zo kwam Studio BG in Bos en Lommer beschikbaar voor kleine bedrijfjes, stichtingen en andere initiatieven; opende een nieuwe broedplaats voor media-technologie haar deuren in het oude Shell laboratorium in Amsterdam-Noord en mochten creatievelingen een deel van de Heesterveld in Zuidoost naar eigen inzicht vormgeven en bewonen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over al die festivals in de stad voor en door bewoners: van Rollende Keukens tot Magneetfestival, of al die huiskamerrestaurants, wijk-ondernemingen en initiatieven die de stad of buurt schoner, duurzamer en leefbaarder willen maken.’ Bron: www.dezwijger.nl

Kortom: de bottom-up stad leeft. Dit proces zie je ook in andere grote steden zoals in Rotterdam, Eindhoven en Utrecht. Overheden en bedrijven kunnen van dit proces leren. Want deze initiatieven kunnen de voorbode zijn van een nieuwe manier van organiseren en produceren op basis van nieuwe waarden. Dat innovatie van onderop komt is, komt wel vaker voor in perioden van crisis. Maar dit keer kan dit wel eens een structureel karakter krijgen. Want steeds meer hoogopgeleide mensen willen het heft in eigen handen nemen omdat overheden en bedrijven niet leveren wat zij vinden dat nodig is. Daarnaast zijn nieuwe technologieën, zoals 3D-printing, steeds vaker kleinschalig toe te passen. Verder zien we senioren niet meer achter de geraniums zitten, maar een actieve rol spelen in de samenleving.

Share

Innovatiecampus op Marine Etablissement Amsterdam

Innovatiecampus voor wonen én werken op het Marine Etablissement kan enorme impuls geven aan de do it yourself & work together economie in Amsterdam.
Tekort aan betaalbare woon- en werkruimte

De Volkskrant van 4 december 2013 meldt dat het lucratiever is voor vastgoedondernemers om een woning te verhuren aan zo veel mogelijk studenten dan een etage te verkopen. Vier studenten betalen voor een kleine etage 2000 euro huur per maand; op een andere etage moeten zeven studenten samen 3500 euro per maand betalen. Op www.kamernet.nl stond in december 2013 een advertentie voor een kamer van 11 m2 in de Titus van Rijnstraat voor 552 euro per maand.

Er is een tekort aan 5000 betaalbare studentenwoningen in Amsterdam.

wild projectsDaarnaast is er ook een tekort aan betaalbare woon- en werkruimten voor startende ondernemers. De meeste jonge mensen kunnen meestal alleen een bedrijf starten als zij een betaalbare werkruimte kunnen huren.

Amsterdam beschikt over ruim 50 broedplaatsen waar vele honderden creatieve bedrijven werken. Maar uit onderzoek van Bureau Broedplaatsen blijkt dat de vraag naar betaalbare woon- en werkruimten veel groter is dan het aanbod. Urban Resort, beheerder van broedplaatsen krijgt jaarlijks zo’n duizend verzoeken om betaalbare woon- en werkruimte. Er moet dus veel meer ruimte bijkomen om aan de vraag te kunnen voldoen.

Innovatiecampus met honderden start-ups

Het Marine Etablissement is een prachtige locatie voor het ontwikkelen en bouwen van een innovatiecampus voor de huisvesting van honderden start-ups. De compact gebouwde campus krijgt smalle straatjes en pleintjes. De gebouwen zijn voorzien van groene daktuinen. Op de begane grond komen winkeltjes, muziekcafé’s en andere voorzieningen. De campus wordt opgeleverd als een casco die organisch wordt ingevuld door de start-ups en huurders. De huurders worden geselecteerd door te kijken naar hun plannen om een bedrijf te starten en de bereidheid om samen te werken. Verder wordt ook gekeken of de start-ups elkaar aanvullen zodat ze elkaar kunnen inspireren en ondersteunen. De huren moeten betaalbaar zijn. Het is de bedoeling dat de bedrijfjes na ca. vier jaar doorstromen naar andere locaties en plaatsmaken voor nieuwe starters. Zo ontstaat dynamiek aan de onderkant van de economie.

De campus ligt dicht bij het Centraal Station, de Openbare Bibliotheek en de muziek- en dancevoorzieningen rond het IJ. Met Pakhuis de Zwijger als verbindende inspirator op loopafstand. Het terrein ligt op fietsafstand van HBO’s en universiteiten in Amsterdam. Op de campus is ook ruimte voor jonge ondernemers uit het buitenland. In het Forum-gebouw kunnen bekende wetenschappers college’s geven waardoor er aansluiting is tussen bedrijven en de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De campus kan zorgen voor een grote meerwaarde voor de ontwikkeling van de stad.

wild projects
innovatiecampus en muziekplein

De Innovatiecampus kan als volgt worden gerealiseerd:

  • ontwikkel een aantrekkelijk plan met betaalbare woon/werkruimten boven arcades met winkels, ateliers, dienstverlenende bedrijfjes, café, restaurants en appartementen voor starters
  • lever de woon- en werkruimten op als casco’s om de huurprijzen te beperken
  • zorg voor een industriële uitstraling van de gebouwen en voorzie de gebouwen van daktuinen voor de gebruikers
  • plaats de gebouwen in een parkachtige omgeving
  • richt een coöperatie of corporatie Marineterrein op die de ontwikkeling en het beheer namens de toekomstige bewoners en eigenaren gaat uitvoeren (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap CPO)
  • werf toekomstige huurders / kopers
  • regel de financiering (bijv. met pensioenfondsen)
  • ontwikkel de details van het plan, bouwproces, etc.
  • lever de campus op met casco’s voor zelf-afbouw, organische invulling, etc.

De campus wordt een gebied waar creatieve, ondernemende jongeren een bedrijf kunnen starten. Honderden bedrijfjes kunnen hier worden gevestigd. De openbare bibliotheek is op loopafstand. Door de concentratie op het Marine terrein kunnen de starters elkaar helpen, netwerken vormen, kennis delen en ideeën opdoen. In de gebouwen komen mixen van starters. Architecten, microbiologen, materiaaldeskundigen, ontwerpers, informatici, medische technologen kunnen samen in een eenheid worden ondergebracht. Samenwerken bevordert de innovatie en zorgt voor versnelling van de ontwikkeling van de bedrijfjes. Met de open4coop aanpak (zie schema hieronder) krijgen groepen van starters begeleiding en ondersteuning van senioren met veel ervaring en netwerken.

open4coop aanpak
Reuzenrad

Met een reuzenrad op het Marine Etablissement krijgt de stad een nieuwe toeristische attractie erbij. Voorbeeld is het succesvolle Eye in London. In de acht jaar na de opening in 2000 hebben 30 miljoen mensen een ritje gemaakt. Het Eye heeft voor Londen hetzelfde gedaan als de Eiffeltoren in Parijs. Het heeft de stad een symbool gegeven. De Eiffeltoren en Eye in Londen geeft iedereen de mogelijkheid om de stad van grote hoogte te bekijken. Het OOG van Amsterdam staat op het Marine Etablissement op een prachtige plek tussen de grachtengordel en de IJ-oevers (zie ontwerp onderop de pagina).

OOG van Amsterdam
Een reuzenrad op het Marine Etablissement?

 

 

 

 

 

 

 

 

Muziekplein voor grote evenementen

Het Muziekplein is het onderdeel van het project dat het stadscentrum kan ontwikkelen. Het is van groot belang dat er een groot plein komt voor manifestaties op Koninginnedag en bijvoorbeeld voor het vieren van Oudjaar met vuurwerk. Het Oudjaar in New York en London trekt honderdduizenden bezoekers. Amsterdam kan met het nieuwe Muziekplein zorgen dat toeristen Oudjaar in de stad vieren. Een Muziekplein op de locatie van het Marineterrein heeft veel voordelen. Goed te bereiken vanuit het Centraal Station, midden in het centrum en tevens een plek waar ‘lawaai’ nauwelijks voor overlast zorgt. Het Muziekplein kan de vorm van een arena krijgen met oplopende ‘dijken’. Een wandelboulevard met een groene waterpark zorgt voor een

afscheiding tussen het Muziekplein en het plein met de appartementen. Een tunnel onder het spoor verbindt het Muziekplein met de IJ boulevard. Zo ontstaat het Muziekkwartier met het Bimhuis, Theater aan het IJ, Twenty4Amsterdam, (een tweede Museum)plein met reuzenrad en muziekcafé’s onder de appartementen.

De concentratie van cultuur werkt als magneet. Arcam zegt hierover: Cultuur trekt cultuur aan, cultuur verleidt bezoekers en bewoners en die mensen lokken winkels in de plinten en blazen het groeiend aantal hotels, restaurants en cafés leven in (bron: www.arcam.nl)

Wat levert het op?

Dit plan creëert waarde voor de economie van Amsterdam. Nieuwe bedrijvigheid zal naar verwachting steeds meer gebaseerd zal zijn op het faciliteren van kennisuitwisseling, social needs 2.0, dynamiek en innovatie, duurzaamheid en flexibiliteit in combinatie van betaalbare woon- en werkruimten. Na een aantal jaren zal een deel van de bedrijfjes zijn gegroeid en doorstromen naar andere locaties. Dit geldt ook bewoners als het inkomen stijgt. Belangrijk is het faciliteren van de do it yourself & work together economie. Samenwerken leidt tot radicale innovaties. De dynamiek van onderop levert ook innovatieve impulsen aan MKB en grote bedrijven en organisaties in de stad. Op de campus is ruimte voor het Forum, een collegezaal voor 2000 bezoekers, waar bekende wetenschappers en ondernemers colleges kunnen geven. Maar ook voor het organiseren van concerten en TEDx bijeenkomsten.

Met het creëren van veel meer betaalbare woon- en werkruimte wordt Amsterdam aantrekkelijker voor jonge mensen uit binnen- en buitenland. Jonge stedelingen (25-39 jaar) zijn hoog opgeleid, ambitieus en van grote waarde voor de stad. Zij zorgen voor dynamiek en innovatie en creëren werk voor inwoners van de stad.

wild projects

Lees ook: Amsterdam maakt met internationale innovatiecampus sprong voorwaarts!

Share

Amsterdam aktief met 3D-printing (2)

Eerder schreef ik over 3D printing op de Duch Design Week en de plannen in New York voor een 3D printing fabriek, maar schreef niet dat ook in Amsterdam al veel op dit gebied gebeurt. Op Picnic dit jaar was al veel aandacht voor 3D printing. Het artikel ‘Nieuwe fiets? Control-P’ in De Vokskrant van 16 november 2012 geeft een voorbeeld van de Kamermaker. Dit is een verrijdbare container waarin met een grote 3D printer voor het printen van elementen met een omvang van 2 bij 3,5 meter! Met deze enorme grote printer kunnen muren, trappen en deuren worden gebouwd (zie video hieronder). Het architectenbureau Stone Spray ontwikkelt een manier om met een rijdende robotarm verschillende vormen met zand en bindmiddel te printen. Interessant is dat de traditionele bouwsector door de crisis in grote problemen verkeerd maar dat de volgende industriële revolutie met 3D printing in de steigers staat. Misschien een beetje ver gezocht maar we zien hier ook de theorie van de dissipatieve structuren van Prigogine in de praktijk (zie ‘jansen op de boekenplank’ op deze website).

Lees verder op www.kamermaker.com en www.stonespray.com

Share