Categoriearchief: Overheid in 2020

Almere in Pakhuis de Zwijger

Een delegatie van creatieve, innovatieve en ondernemende burgers uit Almere bracht op 25 juni een bezoek aan Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Almere was een van de 22 steden die een presentatie gaf over initiatieven van burgers. Dit gebeurde op de kick off meeting van Nieuw Nederland – steden in transitie. Toon Jansen, die de Almeerse delegatie leidde, vertelde de aanwezigen dat steeds meer Almeerders actief zijn in de eigen omgeving. Bijvoorbeeld door het zelf inrichten van een binnentuin zoals op het Cupidohof of het onderhouden van het groen in Hoekwierde. Verder dat Almere bekend staat om het bouwen van eigen huizen in Poort of zelfs van een hele woonwijk zoals de Buitenkans.

wild_projects_pakhuis
Almere in Pakhuis de Zwijger

Pakhuis de Zwijger wil dat elke stad een stadsambassade krijgt, die de initiatieven van onderop zichtbaar maakt en met elkaar verbindt. Het landelijk netwerk van stadsambassades gaat zich richten op stedelijke vraagstukken en innovaties. Door samen te werken worden onderzoek, experimenten en het uitwisselen van ervaringen tussen de steden gestimuleerd.

De bottom-up beweging in Almere kan hier kracht en kennis uithalen en succesformules van elders uitproberen of eigen successen met andere steden ‘delen’. Het zal naar verwachting leiden tot nieuwe initiatieven, bedrijvigheid en samenwerking tussen koplopers in Almere en Nederland. Uiteindelijk streven de aanjagers van dit netwerk naar internationale verbindingen. Zo zijn er al stadsambassades in Berlijn, Boekarest, Buenos Aires, Delhi (India), Detroit, San Francisco en Thessaloniki.

De presentatie van Toon Jansen over Almere is hieronder te downloaden.

Almere4PakhuisdeZwijger-wildprojects220614

wild projects

Share

Slimme gemeenten faciliteren initiatieven van onderop

Slimme gemeenten faciliteren

Burgers en kleine bedrijven nemen steeds meer het heft in eigen handen. Ze wachten niet af tot de overheid met nieuwe beleidsinitiatieven komt, maar gaan zelf aan de slag. Dit zie je op grote schaal gebeuren in steden als New York, Kopenhagen, Berlijn en Amsterdam. Deze steden kennen al een lange geschiedenis van initiatieven van onderop. Wat begon met het kraken van leegstaande gebouwen wordt door de crisis beleid om leegstaande gebouwen opnieuw te gebruiken. De grootste broedplaats van Europa, het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord werd decennia geleden gekraakt en is uitgegroeid tot een gewilde plek in Amsterdam. Bedrijven als Hema en VNU hebben er hun hoofdkantoren neergezet. In Amsterdam zijn tientallen broedplaatsen waar honderden kunstenaars en creatieve bedrijven relatief goedkope ruimten huren. In Eindhoven kun je in de Dutch Design Week zien waartoe kleine bedrijven in staat zijn. Onder de 200.000 bezoekers veel Chinezen en Japanners die met een videocamera’s de innovaties vastleggen. Een recente ontwikkeling is het creëren van tijdelijke functies op een lege plek of in een leeg gebouw. Gemeentebestuurders faciliteren dit omdat ze inzien dat tijdelijke projecten ook waarde opleveren.

Er zijn ook steden waar deze ontwikkeling van onderop, ook wel DIY (do it yourself) genoemd, nog nauwelijks van de grond komt. Wonen daar te weinig actieve kunstenaars en creatieve ondernemers? Of zijn er geen broedplaatsen en lege gebouwen? Zijn de huren te hoog? Of te weinig hoogopgeleide inwoners met een creatieve en technische opleiding? Een ding is duidelijk: steden met veel broedplaatsen hebben bijna altijd een (technische) universiteit en een kunst- en designacademie binnen de stadsgrenzen. In Amsterdam en Eindhoven wonen bovendien veel creatieven en jonge designers en technici uit andere steden en landen.

Almere, een relatief jonge stad zonder oude, industriële gebouwen, heeft nog weinig broedplaatsen. Dit kan een hindernis zijn voor creatieve burgers en zzp’ers om samen aan de slag te gaan. Almere kampt bovendien met een braindrain omdat jonge Almeerders in andere steden studeren en daar meestal blijven wonen en werken. Misschien zijn deze jongeren te verleiden door ze een plek aan te bieden in een bruisende broedplaats.

In steden als New York, Berlijn,  Amsterdam en Eindhoven ontstaat in de oude stad de nieuwe stad. In verlaten industriële gebouwen ontwikkelen kunstenaars, architecten, creatieve academici en zzp’ers nieuwe producten. Met laser cutters en 3D printers fabriceren ze unieke, eenmalige  producten. In deze steden is een nieuwe industriële revolutie begonnen die de industrie weer terugbrengt naar de stad.

Afschaffen zelfstandigenaftrek is onverstandige besluit

Gemeenten gaan een moeilijke tijd tegemoet. Uit onderzoek van COELO blijkt dat in 2017 een gat gaapt van 6 miljard euro tussen de verwachte inkomsten en uitgaven van gemeenten. Anders dan de rijksoverheid moeten gemeenten een sluitende begroting maken. Dit betekent dat forse ingrepen onvermijdelijk zijn. De financiële problemen dreigen voor gemeenten nog groter te worden. Het kabinet Rutte II wil namelijk de zelfstandigenaftrek beëindigen. Veel creatieven zijn zzp’er. Een gemiddelde ondernemer verdient € 26.460,- en dit is minder dan modaal (bron: EIM). Als het kabinet vasthoudt aan deze bezuiniging dan betekent dit een inkomensverlies van rond de € 2.700,- per jaar. Voor starters is dit zelfs zo’n € 3.500,-. De zelfstandigenaftrek zorgt ervoor dat ondernemers die ca. € 20.000 per jaar verdienen het financieel nog redden. Ondernemers die € 60.000 verdienen, worden bevoordeeld omdat zij gebruik kunnen maken van fiscaal aftrekbare zaken zoals een auto van de zaak, arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw. Afschaf van zelfstandigenaftrek voor zzp’ers  die rond de € 20.000,- per jaar verdienen kan de genadeklap betekenen. Volgens onderzoek kan dat 50% van de creatieve bedrijfjes de kop kosten (bron: de Volkskrant). Zij zullen dan een beroep op bijstand moeten doen. terecht te komen. De rekening komt dan op het bord van de lokale overheid. Gemeenten doen er daarom verstandig aan om zzp’ers te faciliteren en ondersteunen.

Nog meer Blokkers?

Er zijn gemeenten die handelen alsof er geen banken-, huizen-, en eurocrisis is. Ze zijn vooral bezig met weer een nieuw winkelcentrum en het binnenhalen van de zoveelste Blokker. Gelukkig zijn er ook steden die kunstenaars, industrieel ontwerpers, creatieve bedrijven en zzp’ers helpen met het beschikbaar stellen van leegstaande gebouwen. Met relatief goedkope huren werken creatieven en kleine bedrijven in voormalige industriële gebouwen. Het creëren van maatschappelijke meerwaarde speelt zich af in het gebied tussen vrije kunst en techniek. Met computergestuurde machines zoals 3D printers ontstaat een nieuwe, stedelijke industrie.

Voor lichtpuntjes in de economie en samenleving moeten we niet op het Binnenhof in Den Haag zijn maar lokaal in Nederland. Steeds meer burgers en kleine bedrijven nemen het heft in eigen handen. Dit zie je vooral in omgevingen waar creatieven en hoogopgeleide mensen elkaar gemakkelijk kunnen ontmoeten. Politici en ambtenaren kunnen de doorslag geven of de initiatieven van onderop succes hebben. Niet door het geven van subsidie maar door leegstaande gebouwen beschikbaar te stellen. Ook woningbouwcorporaties dragen bij aan het succes hiervan. Vaak zie je dat bestuurders eerst initiatieven op een bepaalde plek gedogen en daarna gaan ondersteunen. Het gaat vaak niet zonder slag of stoot. Het komt voor dat een wethouder goedkeuring verleent maar dat de ambtenaren niet willen uitvoeren. Het gebeurt ook andersom. Ambtenaren die het wel zien zitten maar bestuurders vasthouden aan klassiek beleid.

Voorbeelden voor initiatieven van onderop zijn:

  • Burgerinitiatieven zoals energie coöperaties, pop-up activiteiten, buurtactiviteiten, e.d.
  • Oprichten van zorgbedrijven zonder managers
  • zzp’ers die samen werken om nieuwe producten te ontwikkelen
  • Innovatieve en creatieve projectorganisaties zoals Mediamatic, Pakhuis de Zwijger en Dutch Design Week die innovatie bevorderen
  • Het beschikbaar stellen van computergestuurde machines zoals laser cutters en 3D printers waardoor zzp’ers gebruik kunnen maken van geavanceerde machines

Doorslaggevend voor innovatie en economische succes van onderop is de beschikbaarheid over goedkope ateliers, werkplaatsen en kantoren waar verschillende disciplines met elkaar kunnen experimenteren en samenwerken.

Ultimaker
voorbeeld van een 3D printer
Amsterdam Maker Festival

We staan aan het begin van een revolutionaire nieuwe manier van produceren. Met de hulp van nieuwe middelen als 3D-printers, plasmasnijders, techstoffen, open source elektronica en ingenieuze powertools kun je alles maken wat je bedenkt. Of je nu kok bent of techneut, mode-ontwerper of kunstenaar. Makers bepalen hoe de wereld er uit ziet. Makers zijn het levende bewijs dat maken leuk en nuttig is. Makers zijn van alle leeftijden en komen overal vandaan. Overal in de wereld komen nu onafhankelijke en community-driven Maker Festivals of Maker Fairs op. De ‘Maker Movement’ heeft nu ook Nederland bereikt. In Nederland zijn er (of zijn er serieuze plannen voor) Maker Festivals in Groningen, Twente, Limburg en Amsterdam. Het Amsterdam Maker Festival werkt nauw samen met deze andere festival en initiatieven.

De nieuwe ‘maak’plaats iFabrica

In het oude Stork-gebouw in Amsterdam-Noord is iFabrica gevestigd. Dit is een open werkplaats en atelier voor kleine ondernemers, creatievelingen, hobbyisten en studenten met apparatuur en materialen die zij in hun eentje nooit zouden kunnen veroorloven. In de ruimtes van iFabrica staan professionele machines en gereedschappen voor de bewerking van onder andere hout, metaal, kunststof en textiel. Paradepaardjes zijn natuurlijk de 3D-printers en de CNC-gestuurde machines zoals houtfrees- plasma- en lasersnijders. Maar iFabrica heeft ook alle vertrouwde classics in huis; van draaibanken tot naaimachines en handgereedschap. Omdat er een grote diversiteit aan makers in iFabrica aan het werk is, inspireren en helpen zij elkaar en kan iFabrica uitgroeien tot een community van makers. In de werkplaats (zie foto) wordt gewerkt aan de renovatie van een ‘antieke’ inpakmachine voor chocolade repen.

 

wild projects

De nieuwe maakindustrie In de voormalige Stork fabriek

 

 

 

In de broed- en maakplaatsen begint de nieuwe industriële revolutie

In Amsterdam, Eindhoven, Rotterdam en Utrecht zijn vele tientallen broedplaatsen boordevol kunstenaars en zzp’ers die maatschappelijke waarde creëren. In de steden met veel broedplaatsen ontstaan nieuwe thematische broedplaatsen. Zoals het oude Shell lab in Amsterdam-Noord dat zich gaat richten op multimedia en gaming bedrijven. In New York en Eindhoven zijn leegstaande gebouwen ingericht als ‘maak’plaatsen met 3-D printers. De 3D printers in de Eindhovense maakfabriek worden gebruikt voor het printen van complexe producten voor ASML en Philips. Deze grote bedrijven profiteren van de innovatieve houding van kunstenaar en designers die de 3D printers in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld. Een Nederlands bedrijf is een van de marktleiders in de wereld voor de verkoop van betaalbare 3D printers.

In Amsterdam heeft iFabrica onlangs een oude Stork-fabriek ingericht met computergestuurde machines voor mensen die iets willen maken. Een ander opvallend aspect is dat nieuwe broedplaatsen kunstenaars en bedrijven selecteren op hun houding om samen te werken. Als je alleen je eigen ding wil doen is er geen plaats voor je in het gebouw. Dit beleid is een gevolg van de ervaring dat nieuwe bedrijven vooral combinaties zijn van creativiteit en het verbinden van verschillende disciplines. Zo experimenteren microbiologen en architecten met nieuwe, duurzame materialen in de Van Genthallen van Mediamatic. En wat te denken van een Amsterdams architectenbureau dat een compleet huis met een 3D-printer bouwt. Deze initiatieven zijn mogelijk omdat gemeenten en andere partijen zorgen dat creatieve, ondernemende mensen aan de slag kunnen in gebouwen met relatief lage huren. Slimme gemeenten faciliteren initiatieven van onderop al is het alleen maar om een nieuwe financiële tegenvaller te voorkomen.

Share

Een Europese coöperatie voor geneesmiddelen

Een Europese coöperatie voor geneesmiddelen zorgt voor een Europees antwoord op de macht van de multinationals en geeft werk aan hoogopgeleide jongeren.

Terwijl de komende jaren wereldwijd de uitgaven voor research & development in de farmaceutische sector stijgen, nemen de uitgaven in Europa in snel tempo af. Steeds meer nieuwe medicijnen worden ontwikkeld in opkomende landen zoals Brazilië en Rusland. ‘Farmaceuten verlaten de oude wereld’, staat boven een artikel in de Volkskrant van 3 juli 2013. Steeds meer geneesmiddelen komen uit de biotechnologie. Deze zijn moeilijker na te maken dan chemisch vervaardigde medicijnen. Het kweken van cellen in biologische laboratoria is een veel gecompliceerder proces dan een werkzaam molecuul te kopiëren en daar pillen van te slaan. Daarom is er minder animo bij fabrikanten om in dat proces te stappen. Ondanks het vertrek van grote fabrikanten uit Nederland zijn er wel veel start-ups in Nederland actief in de sector. Tot zover het artikel.

De risico’s liggen bij de start-ups omdat het onderzoek tijdrovend is en succes niet zeker is. De machtige multinationals hoeven zelf minder onderzoek te doen omdat zij een monopoliepositie hebben in het distribueren van medicijnen naar artsen, ziekenhuizen en patiënten. Door de stijgende zorgkosten is dit een verontrustende ontwikkeling. Dus wordt het hoog tijd voor een Europees antwoord.

Dit kan door het opzetten van een Europese coöperatie voor de ontwikkeling van geneesmiddelen. Een soort Airbus, niet voor vliegtuigen maar voor de productie van nieuwe geneesmiddelen. Waarom is een farma-coöperatie nodig? Het is van belang voor:

  1. Het opnieuw opbouwen van de R&D positie van Europa in de farmaceutische sector
  2. Het ontwikkelen en produceren van medicijnen in samenwerking met start-ups in de landen van de Europese Unie
  3. Het verrichten van fundamenteel onderzoek naar vervangers van niet meer werkzame geneesmiddelen door  het (overmatig) gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw en leefomgeving
  4. Het op de markt brengen van geneesmiddelen voor de vergrijzende samenleving die de kosten daarvan moeten helpen beheersen.
  5. Het opzetten voor het creëren van werk voor duizenden hoogopgeleide jongeren in de EU.

De EU zal enkele tientallen miljarden van de landbouwsubsidies moeten overhevelen naar de farma-coöperatie. De landbouw is ‘schuldig’ aan de verspreiding van resistente bacteriën en schimmels door het (overmatige) gebruik van antibiotica, insecticides, etc. Bovendien leveren de landbouwsubsidies geen banen op. De farma-coöperatie zal bestaan uit een aantal laboratoria in de EU-landen met verbindingen naar de universiteiten. In de labs werken jongeren en wetenschappers uit verschillende landen. In een Spaans lab werkt dan personeel uit de hele EU. Dit zorgt voor interne controle op de prestaties van de laboratoria. Daarnaast is ook extern  toezicht nodig om de prestaties te beoordelen. Dit zal zeer stevig moeten zijn om verkwisting van Europees geld te voorkomen. Naast het uitvoeren van Europese onderzoeksprojecten in de eigen laboratoria investeert de coöperatie ook in start-ups. Veelbelovende producten worden in de EU-laboratoria getest voor de grootschalige klinische testfase. De EU-landen investeren jaarlijks een bepaald bedrag per inwoner in de farma-coöperatie. Naast het collectieve Europese aandeel worden de landen dan voor bijvoorbeeld 50% mede-eigenaar. Naast de noodzaak om aan de slag te gaan, kan zo’n project zorgen dat burgers de EU meer gaan waarderen.

Share

Ai Weiwei in the Guardian: NSA surveillance: The US is behaving like China

Ai Weiwei about NSA leak
Both governments (US and China) think they are doing what is best for the state and people. But, as I know, such abuse of power can ruin lives

NSA whistleblower Edward Snowden and Barack Obama appear on the front pages of local papers in Hong Kong on 11 June 2013. Photograph: Bobby Yip/Reuters

Even though we know governments do all kinds of things I was shocked by the information about the US surveillance operation, Prism. To me, it’s abusively using government powers to interfere in individuals’ privacy. This is an important moment for international society to reconsider and protect individual rights.

I lived in the United States for 12 years. This abuse of state power goes totally against my understanding of what it means to be a civilised society, and it will be shocking for me if American citizens allow this to continue. The US has a great tradition of individualism and privacy and has long been a centre for free thinking and creativity as a result.

In our experience in China, basically there is no privacy at all – that is why China is far behind the world in important respects: even though it has become so rich, it trails behind in terms of passion, imagination and creativity.

Of course, we live under different kinds of legal conditions – in the west and in developed nations there are other laws that can balance or restrain the use of information if the government has it. That is not the case in China, and individuals are completely naked as a result. Intrusions can completely ruin a person’s life, and I don’t think that could happen in western nations.

But still, if we talk about abusive interference in individuals’ rights, Prism does the same. It puts individuals in a very vulnerable position. Privacy is a basic human right, one of the very core values. There is no guarantee that China, the US or any other government will not use the information falsely or wrongly. I think especially that a nation like the US, which is technically advanced, should not take advantage of its power. It encourages other nations.

Before the information age the Chinese government could decide you were a counter-revolutionary just because a neighbour reported something they had overheard. Thousands, even millions of lives were ruined through the misuse of such information.

Today, through its technical abilities, the state can easily get into anybody’s bank account, private mail, conversations, and social media accounts. The internet and social media give us new possibilities of exploring ourselves.

But we have never exposed ourselves in this way before, and it makes us vulnerable if anyone chooses to use it against us. Any information or communication could put young people under the surveillance of the state. Very often, when oppressive states arrest people, they have that information in their hands. It can be used as a way of controlling you, to tell you: we know exactly what you’re thinking or doing. It can drive people to madness.

When human beings are scared and feel everything is exposed to the government, we will censor ourselves from free thinking. That’s dangerous for human development.

In the Soviet Union before, in China today, and even in the US, officials always think what they do is necessary, and firmly believe they do what is best for the state and the people. But the lesson that people should learn from history is the need to limit state power.

If a government is elected by the people, and is genuinely working for the people, they should not give in to these temptations.

During my detention in China I was watched 24 hours a day. The light was always on. There were two guards on two-hour shifts standing next to me – even watching when I swallowed a pill; I had to open mouth so they could see my throat. You have to take a shower in front of them; they watch you while you brush your teeth, in the name of making sure you’re not hurting yourself. They had three surveillance cameras to make sure the guards would not communicate with me.

But the guards whispered to me. They told stories about themselves. There is always humanity and privacy, even under the most restrictive conditions.

To limit power is to protect society. It is not only about protecting individuals’ rights but making power healthier.

Civilisation is built on that trust and everyone must fight to defend it, and to protect our vulnerable aspects – our inner feelings, our families. We must not hand over our rights to other people. No state power should be given that kind of trust. Not China. Not the US.

Share

Banen creëren in Almere: begin daarmee op de basisschool

Onlangs kreeg wethouder Ben Scholten van Almere veel kritiek te verduren over zijn 100.000 banenplan voor Almere. Volgens de lokale krant AlmereVandaag lukt het wethouder Ben Scholten maar niet om de hele gemeenteraad achter zijn beleid te krijgen. Met name GroenLinks vindt dat het geld – inmiddels ruim twee miljoen euro – niet goed is besteed door onder meer de Economic Development Board Almere.  Aan de zoektocht naar 100.000 banen zijn pas 24 banen ontstaan. De wethouder vond dat hij de raad beter moet zien te overtuigen, maar stelde dat een lastige materie is.  Scholten vindt dat raadsleden soms best wat verder mogen kijken: ‘Dit beleid is voor de lange termijn.’

De overheid, of het nu de landelijke of een gemeentelijke overheid is, is nauwelijks in staat om nieuwe banen te creëren. In Duitsland zijn 380.000 nieuwe banen ontstaan in de sector van duurzame energie. Dat hebben bedrijven gedaan, maar de nationale overheid heeft dit met het feed-in beleid voor groene stroom mogelijk gemaakt. De taak van een overheid is vooral het faciliteren van economische en sociale activiteiten, het geven van fiscale prikkels, het beschikbaar stellen van goedkope ruimtes voor starters, het oprichten van creatieve broedplaatsen, etc. Dit soort zaken gebeuren ook in Almere. Toch ontstaan er maar weinig banen. Dus zitten de obstakels ergens anders.

Wethouder Scholten stelt terecht dat het beleid voor de lange termijn is. Daar ben ik het mee eens. Ik zou echter de focus en activiteiten veel meer op jongeren in Almere richten. Zij kunnen ondernemender en innovatiever worden als je dat al op jonge leeftijd stimuleert. Ik zou willen dat elke scholier in Almere een ondernemers- en innovatiebrevet haalt door ze spannende opdrachten te laten uitvoeren. In groep 8 van de basisschool zou dit goed kunnen. Ze mogen natuurlijk ook zelf iets bedenken. De ervaring dat het leuk is om iets te creëren en construeren kan het begin zijn van later ondernemerschap. Het is belangrijk om nieuwsgierigheid aan te moedigen. Dit kan met een opdracht om iets uit te zoeken of zelf iets te bedenken, te ontwerpen en te maken en vervolgens te kijken hoe je dit kunt realiseren. Daarbij is het belangrijk dat leerlingen in kleine groepjes samen werken zodat ze kunnen leren gebruik te maken van elkaars talenten. De beoordeling van de projecten gebeurt door het uitnodigen van een ondernemer in de klas. Het mes snijdt aan twee kanten. De leerlingen horen het verhaal van een ‘echte’ ondernemer en kunnen hem of haar vragen of zij bijvoorbeeld duurzaam ondernemen. De kritische vragen kunnen een ondernemer ook een zetje geven om daar meer mee te doen. Het is de bedoeling om de jongeren in het voorgezet onderwijs een tweede proef te laten doen.

Deze visie hebben we rond 2004 onder de naam ‘Spinlab’ uitgewerkt in een voorstel en ondersteuning gekregen van de Stichting Nederland Kennisland. Nog steeds proberen overheden banen te creëren, maar slagen daar nauwelijks in. Wij denken dat de voedingsbodem voor het creëren van banen al op jonge leeftijd kan worden gelegd met aanpakken zoals het ‘Spinlab’. Veel meer jongeren moeten het leuk gaan vinden om zelf te creëren en construeren. in de laatste twintig, dertig jaar zijn veel nieuwe bedrijven ontstaan doordat de oprichters het ‘leuk’ vinden en een ‘uitdaging’ om een nieuw product op de markt te zetten. Ze weten vaak precies ‘waarom’ ze dat doen. Met een aanpak als het Spinlab kunnen jongeren ervaren dat het leuk is om iets te bedenken en maken. Daarmee kan ondernemerschap en innovatie in het DNA van de jongeren in Almere gaan zitten. Dat is de basis voor een beleid voor de lange termijn dat past bij een growing green city als Almere!

Share